Vertaling van impart

Inhoud:

Engels
Nederlands
to communicate, to report, to impart, to put across, to get across {ww.}
voortzeggen
mededelen 
meedelen
berichten 

I impart
you impart
we impart

ik zeg voort
jij zegt voort
wij zeggen voort
» meer vervoegingen van voortzeggen

to give, to accord, to administer, to grant, to impart, to provide, to confer, to allow, to yield, to spare, to afford {ww.}
geven 
verlenen
toekennen
toebrengen
opbrengen
aangeven 

I impart
you impart
we impart

ik geef
jij geeft
wij geven
» meer vervoegingen van geven

They give nothing.
Zij geven niets.
Please give us some examples.
Kunt u ons een paar voorbeelden geven?


Gerelateerd aan impart

communicate - report - put across - get across - give - accord - administer - grant - provide - confer - allow - yield - spare - afford