Vertaling van clash

Inhoud:

Engels
Nederlands
to clash, to conflict {ww.}
vloeken
in conflict zijn

I clash
you clash
we clash

ik vloek
jij vloekt
wij vloeken
» meer vervoegingen van vloeken

to collide, to clash, to crash {ww.}
botsen

I clash
you clash
we clash

ik bots
jij botst
wij botsen
» meer vervoegingen van botsen

Egoists do not meet, they collide with each other.
Egoïsten ontmoeten elkaar niet, ze botsen.
to clash, to collide {ww.}
botsen
stoten
caramboleren
bonken
aanbotsen

I clash
you clash
we clash

ik bots
jij botst
wij botsen
» meer vervoegingen van botsen

to clash {ww.}
collideren
botsen
clashen

I clash
you clash
we clash

ik collideer
jij collideert
wij collideren
» meer vervoegingen van collideren

to clash, to collide {ww.}
scheppen

I clash
you clash
we clash

ik schep
jij schept
wij scheppen
» meer vervoegingen van scheppen

battle, scuffle, struggle, action, fight, clash, combat, fray {zn.}
strijd 
gevecht 
veldslag 
treffen 
slag  [m]
kamp
They lost the battle.
Ze hebben het gevecht verloren.
The fight continues!
De strijd gaat verder!
collision, clash {zn.}
aanvaring  [v]
botsing  [v]
aanrijding  [v]
conflict, clash, confrontation, strife {zn.}
conflict  [o]

Gerelateerd aan clash

conflict - collide - crash - battle - scuffle - struggle - action - fight - combat - fray - collision - confrontation - strifehit - differ - run down