Vertaling van coupled

Inhoud:

Engels
Nederlands
coupled, joined, linked {bn.}
verbonden
to couple, to engage {ww.}
schakelen
koppelen

I coupled
you coupled
he/she/it coupled

ik schakelde
jij schakelde
hij/zij/het schakelde
» meer vervoegingen van schakelen

to hook, to couple, to hang, to secure {ww.}
haken

I coupled
you coupled
he/she/it coupled

ik haakte
jij haakte
hij/zij/het haakte
» meer vervoegingen van haken

to couple, to match, to pair, to unite, to mate {ww.}
paren

I coupled
you coupled
he/she/it coupled

ik paarde
jij paarde
hij/zij/het paarde
» meer vervoegingen van paren

to couple, to connect {ww.}
koppelen

I coupled
you coupled
he/she/it coupled

ik koppelde
jij koppelde
hij/zij/het koppelde
» meer vervoegingen van koppelen

to couple, to match, to mate, to pair, to twin {ww.}
koppeling [v] (de ~)
to copulate, to couple, to mate, to pair {ww.}
copuleren
paren

I coupled
you coupled
he/she/it coupled

ik copuleerde
jij copuleerde
hij/zij/het copuleerde
» meer vervoegingen van copuleren

to copulate, to couple, to mate, to pair {ww.}
springen

I coupled
you coupled
he/she/it coupled

ik sprong
jij sprong
hij/zij/het sprong
» meer vervoegingen van springen

to couple, to match, to mate, to pair, to twin {ww.}
koppelen

I coupled
you coupled
he/she/it coupled

ik koppelde
jij koppelde
hij/zij/het koppelde
» meer vervoegingen van koppelen


Gerelateerd aan coupled

joined - linked - couple - engage - hook - hang - secure - match - pair - unite - mate - connect - twin - copulateconnection - work - copulate - bring together