Vertaling van dispatch

Inhoud:

Engels
Nederlands
to dispatch, to send off, to ship, to consign, to forward {ww.}
afzenden 
expediëren
verzenden

I dispatch
you dispatch
we dispatch

ik zend af
jij zendt af
wij zenden af
» meer vervoegingen van afzenden

to dispatch, to cable {ww.}
telegraferen
verzenden

I dispatch
you dispatch
we dispatch

ik telegrafeer
jij telegrafeert
wij telegraferen
» meer vervoegingen van telegraferen

to compose, to conclude, to dispatch, to settle {ww.}
afhandelen 
beslechten

I dispatch
you dispatch
we dispatch

ik handel af
jij handelt af
wij handelen af
» meer vervoegingen van afhandelen

to conclude, to dispatch, to expedite, to finish, to settle {ww.}
afdoen
afhandelen 
afwikkelen

I dispatch
you dispatch
we dispatch

ik doe af
jij doet af
wij doen af
» meer vervoegingen van afdoen

cable, dispatch {zn.}
depêche [v]
telegram
to complete, to discharge, to dispatch {ww.}
vervullen

I dispatch
you dispatch
we dispatch

ik vervul
jij vervult
wij vervullen
» meer vervoegingen van vervullen

to despatch, to dispatch, to send off {ww.}
afschepen

I dispatch
you dispatch
we dispatch

ik scheep af
jij scheept af
wij schepen af
» meer vervoegingen van afschepen

to despatch, to dispatch, to send off {ww.}
uitzending [v] (de ~)

Gerelateerd aan dispatch

send off - ship - consign - forward - cable - compose - conclude - settle - expedite - finish - complete - discharge - despatchdo - dismiss - distribution