Vertaling van forced

Inhoud:

Engels
Nederlands
affected, artificial, prim, showy, stilted, constrained, forced, strained {bn.}
onecht
gekunsteld
gemaakt
gewrongen
affected, artificial, prim, showy, stilted, constrained, forced, strained {bn.}
huichelachtig
farizees
geveinsd
hypocriet
jezuïtisch
schijnheilig
schijnvroom
voorgewend
gekunsteld
gemaakt
gewrongen
affected, artificial, prim, showy, stilted, constrained, forced, strained {bn.}
gemaakt
bestudeerd
gekunsteld
gemaniëreerd
gemanierd
onecht
onwaarachtig
gewrongen
affected, artificial, prim, showy, stilted, constrained, forced, strained {bn.}
onnatuurlijk
gewild
gewrongen
opgesmukt
spastisch
geforceerd
krampachtig
gekunsteld
gemaakt
affected, artificial, prim, showy, stilted, constrained, forced, strained {bn.}
gedwongen
afgedwongen
noodgedwongen
onvrijwillig
gekunsteld
gemaakt
gewrongen
to force, to coerce, to hale, to pressure, to squeeze {ww.}
forceren
doordrukken

I forced
you forced
he/she/it forced

ik forceerde
jij forceerde
hij/zij/het forceerde
» meer vervoegingen van forceren

to compel, to force, to constrain, to mandate, to necessitate, to oblige, to require {ww.}
dwingen
noodzaken
verplichten

I forced
you forced
he/she/it forced

ik dwong
jij dwong
hij/zij/het dwong
» meer vervoegingen van dwingen

I will never force you to marry him.
Ik zal je nooit dwingen om met hem te trouwen.
You can't force me to do anything I don't want to do.
Je kan me niet dwingen iets te doen wat ik niet wil.
to force, to impose, to coerce, to thrust, to assert {ww.}
forceren
opdringen

I forced
you forced
he/she/it forced

ik forceerde
jij forceerde
hij/zij/het forceerde
» meer vervoegingen van forceren

to force, to impose upon, to impose, to inflict {ww.}
zich opdringen
to force, to coerce, to hale, to pressure, to squeeze {ww.}
dwingen
gedwongen
doordrukken

I forced
you forced
he/she/it forced

ik dwong
jij dwong
hij/zij/het dwong
» meer vervoegingen van dwingen

to cultivate, to grow, to raise, to force {ww.}
in kassen kweken
to force, to violate {ww.}
forceren
geweld aandoen
verkrachten

I forced
you forced
he/she/it forced

ik forceerde
jij forceerde
hij/zij/het forceerde
» meer vervoegingen van forceren


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

My boss was forced to resign.

Mijn baas was gedwongen ontslag te nemen.

I was forced to abandon the plan.

Ik was gedwongen te stoppen met het plan.

They were forced to leave the house against their will.

Ze werden gedwongen hun huis tegen hun wil in te verlaten.

Learning should not be forced. Learning should be encouraged.

Men moet niet dwingen te leren. Leren moet men aanmoedigen.

Tom was forced to make a radical decision.

Tom werd gedwongen een radicale beslissing te maken.

All at once, I was forced to take an attitude that would change my life forever.

Plotseling was ik genoodzaakt een gedrag aan te nemen dat mijn leven voorgoed zou veranderen.


Gerelateerd aan forced

affected - artificial - prim - showy - stilted - constrained - strained - force - coerce - hale - pressure - squeeze - compel - constrain - mandatebribable - affected - accomplish - act upon