Vertaling van affected

Inhoud:

Engels
Nederlands
affected, artificial, prim, showy, stilted, unnatural {bn.}
aanstellerig
geposeerd
gekunsteld
gemaakt
gewrongen
affected {bn.}
blufferig
dikdoenerig
affected, artificial, prim, showy, stilted, constrained, forced, strained {bn.}
onnatuurlijk
gewild
gewrongen
opgesmukt
spastisch
geforceerd
krampachtig
gekunsteld
gemaakt
affected, moved, stirred, touched {bn.}
aangedaan 
aangegrepen
affected, artificial, prim, showy, stilted, contrived, hokey {bn.}
overgecultiveerd
gekunsteld
gemaakt
gewrongen
affected {bn.}
geveinsd
affected, artificial, prim, showy, stilted, constrained, forced, strained {bn.}
huichelachtig
farizees
geveinsd
hypocriet
jezuïtisch
schijnheilig
schijnvroom
voorgewend
gekunsteld
gemaakt
gewrongen
affected, showy, glossy {bn.}
aanstellerig
onecht
onnatuurlijk
onwaar 
affected, artificial, prim, showy, stilted, contrived, hokey {bn.}
bombastisch
hoogdravend
pathetisch
retorisch
schreeuwerig
gezwollen
gekunsteld
gemaakt
gewrongen
affected, artificial, prim, showy, stilted, constrained, forced, strained {bn.}
gedwongen
afgedwongen
noodgedwongen
onvrijwillig
gekunsteld
gemaakt
gewrongen
affected, artificial, prim, showy, stilted, constrained, forced, strained {bn.}
onecht
gekunsteld
gemaakt
gewrongen
affected, artificial, prim, showy, stilted, constrained, forced, strained {bn.}
gemaakt
bestudeerd
gekunsteld
gemaniëreerd
gemanierd
onecht
onwaarachtig
gewrongen
to affect, to influence, to impress, to move, to strike {ww.}
aangrijpen 
treffen
aandoen
frapperen

I affected
you affected
he/she/it affected

ik greep aan
jij greep aan
hij/zij/het greep aan
» meer vervoegingen van aangrijpen

to affect, to influence, to impress, to move, to strike {ww.}
aandoen
aangrijpen 
inboezemen

I affected
you affected
he/she/it affected

ik deed aan
jij deed aan
hij/zij/het deed aan
» meer vervoegingen van aandoen

to act, to be effective, to have effect, to impact, to impinge, to work, to avail, to be efficacious, to affect {ww.}
werken 
uitwerken
uitwerking hebben
effect sorteren

I affected
you affected
he/she/it affected

ik werkte
jij werkte
hij/zij/het werkte
» meer vervoegingen van werken

Let's work.
Laat ons werken.
A man must work.
Een mens moet werken.
to affect, to influence, to act, to impinge, to shape, to sway {ww.}
invloed hebben op
beïnvloeden

I affected
you affected
he/she/it affected

ik beïnvloedde
jij beïnvloedde
hij/zij/het beïnvloedde
» meer vervoegingen van beïnvloeden

to touch, to affect, to abut, to adjoin {ww.}
aanraken 
toucheren
beroeren
raken 
aankomen 

I affected
you affected
he/she/it affected

ik raakte aan
jij raakte aan
hij/zij/het raakte aan
» meer vervoegingen van aanraken

Don't touch that.
Niet aanraken.
Don't touch it.
Niet aanraken.
to concern, to relate, to pertain, to refer, to affect, to apply {ww.}
zich verhouden
verkeren
aanbelangen
betreffen 
aangaan 

I affected
you affected
he/she/it affected

ik verkeerde
jij verkeerde
hij/zij/het verkeerde
» meer vervoegingen van verkeren

to attitudinize, to pose, to put on airs, to feign, to affect, to dissemble, to pretend, to sham {ww.}
zich aanstellen
heten
doorgaan
gelden

I affected
you affected
he/she/it affected

ik heette
jij heette
hij/zij/het heette
» meer vervoegingen van heten

to affect, to influence, to impress, to move, to strike {ww.}
aangrijpen 
treffen
aandoen
raken

I affected
you affected
he/she/it affected

ik greep aan
jij greep aan
hij/zij/het greep aan
» meer vervoegingen van aangrijpen

to attitudinize, to pose, to put on airs, to feign, to affect, to dissemble, to pretend, to sham {ww.}
huichelen
femelen
kwezelen
zich aanstellen

I affected
you affected
he/she/it affected

ik huichelde
jij huichelde
hij/zij/het huichelde
» meer vervoegingen van huichelen

to affect, to influence, to impress, to move, to strike {ww.}
draaien
aandoen
aangrijpen 

I affected
you affected
he/she/it affected

ik draaide
jij draaide
hij/zij/het draaide
» meer vervoegingen van draaien

to move, to stir, to affect {ww.}
aangrijpen 
bewegen 
ontroeren

I affected
you affected
he/she/it affected

ik greep aan
jij greep aan
hij/zij/het greep aan
» meer vervoegingen van aangrijpen


Gerelateerd aan affected

artificial - prim - showy - stilted - unnatural - constrained - forced - strained - moved - stirred - touched - contrived - hokey - glossy - affectoverexcited - affected - civilised - bribable - exuberant - jump - fill - appear - act upon - act - turn - cause