Vertaling van moved

Inhoud:

Engels
Nederlands
affected, moved, stirred, touched {bn.}
aangedaan 
aangegrepen
to act, to take action, to move {ww.}
optreden 
ageren
doen 
bezig zijn
handelen
te werk gaan

I moved
you moved
he/she/it moved

ik trad op
jij trad op
hij/zij/het trad op
» meer vervoegingen van optreden

to affect, to influence, to impress, to move, to strike {ww.}
raken
treffen
aandoen
aangrijpen 

I moved
you moved
he/she/it moved

ik raakte
jij raakte
hij/zij/het raakte
» meer vervoegingen van raken

to act, to take action, to move {ww.}
tussenkomen
optreden 
ageren
doen 
bezig zijn
handelen
te werk gaan

I moved
you moved
he/she/it moved

ik trad op
jij trad op
hij/zij/het trad op
» meer vervoegingen van optreden

to move, to move out {ww.}
verhuizen 

I moved
you moved
he/she/it moved

ik verhuisde
jij verhuisde
hij/zij/het verhuisde
» meer vervoegingen van verhuizen

to move, to transfer, to adjourn {ww.}
zich verplaatsen

I moved

to move, to relegate {ww.}
opzij schuiven
verschuiven
wegschuiven

I moved
you moved
he/she/it moved

ik verschoof
jij verschoof
hij/zij/het verschoof
» meer vervoegingen van verschuiven

to move, to stir, to affect {ww.}
aangrijpen 
bewegen 
ontroeren

I moved
you moved
he/she/it moved

ik greep aan
jij greep aan
hij/zij/het greep aan
» meer vervoegingen van aangrijpen

to act, to take action, to move {ww.}
doen 
handelen
te werk gaan
optreden 
bezig zijn
ageren

I moved
you moved
he/she/it moved

ik deed
jij deed
hij/zij/het deed
» meer vervoegingen van doen

We have to act quickly.
We moeten snel handelen.
Let's act like we're foreigners.
Laten we doen alsof we buitenlanders zijn.
to affect, to influence, to impress, to move, to strike {ww.}
aangrijpen 
treffen
aandoen
frapperen

I moved
you moved
he/she/it moved

ik greep aan
jij greep aan
hij/zij/het greep aan
» meer vervoegingen van aangrijpen

to move, to shift, to stir, to adjourn {ww.}
bewegen 
zich verroeren
zich bewegen

I moved
you moved
he/she/it moved

ik bewoog
jij bewoog
hij/zij/het bewoog
» meer vervoegingen van bewegen

Did you feel the earth move?
Voelde je de aarde bewegen?
Mario is so sick that he barely can move.
Mario is zo ziek dat hij zich nauwelijks nog kan bewegen.
to move, to actuate, to shift, to stir, to adjourn {ww.}
bewegen 
verroeren

I moved
you moved
he/she/it moved

ik bewoog
jij bewoog
hij/zij/het bewoog
» meer vervoegingen van bewegen

Sadako wanted to say more, but her lips just didn't want to move anymore.
Sadako wou er nog meer aan toevoegen, maar haar lippen wouden niet meer bewegen.
to move, to transfer, to transpose {ww.}
verplaatsen
verleggen
overbrengen
overplaatsen
omzetten

I moved
you moved
he/she/it moved

ik verplaatste
jij verplaatste
hij/zij/het verplaatste
» meer vervoegingen van verplaatsen

The administration decided to move the home office of the company to Hawaii.
De administratie besliste de zetel van de firma te verplaatsen naar Hawaï.
to move {ww.}
verhuizen 

I moved
you moved
he/she/it moved

ik verhuisde
jij verhuisde
hij/zij/het verhuisde
» meer vervoegingen van verhuizen

He helped me move.
Hij hielp me verhuizen.
He helped me to move.
Hij hielp me verhuizen.
to talk round, to bring round, to persuade, to move, to induce {ww.}
bewegen 
overhalen 
doen besluiten
belezen 

I moved
you moved
he/she/it moved

ik bewoog
jij bewoog
hij/zij/het bewoog
» meer vervoegingen van bewegen

She cannot persuade him to buy her a new car.
Ze kan hem niet overhalen om voor haar een nieuwe auto te kopen.
to affect, to influence, to impress, to move, to strike {ww.}
aandoen
aangrijpen 
inboezemen

I moved
you moved
he/she/it moved

ik deed aan
jij deed aan
hij/zij/het deed aan
» meer vervoegingen van aandoen

to affect, to influence, to impress, to move, to strike {ww.}
draaien
aandoen
aangrijpen 

I moved
you moved
he/she/it moved

ik draaide
jij draaide
hij/zij/het draaide
» meer vervoegingen van draaien


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

I moved last month.

Ik verhuisde een maand geleden.

His speech moved us.

Zijn toespraak beroerde ons.

He moved into my neighborhood.

Hij kwam in mijn buurt wonen.

I was very moved by her kindness.

Ik was erg ontroerd door haar vriendelijkheid.

The movie moved her to tears.

De film bracht haar aan het wenen.

They moved here two years ago.

Ze verhuisden twee jaar geleden naar hier.

I can't recall when he moved to Boston.

Ik kan me niet herinneren wanneer hij naar Boston is verhuisd.

We moved our bags to make room for the elderly lady to sit down.

We verplaatsten onze tassen om plaats te maken zodat de oudere dame kon zitten.

When I moved to the United States four years ago, I had problems adapting to a new language and culture.

Toen ik vier jaar geleden naar de Verenigde Staten verhuisde, had ik moeite om me aan te passen aan een nieuwe taal en cultuur.


Gerelateerd aan moved

affected - stirred - touched - act - take action - move - affect - influence - impress - strike - move out - transfer - adjourn - relegate - stirrampage - act upon - act - come about - jump - fill - turn - cause