Vertaling van gifts.
Inhoud:
Engels
Nederlands
to gift, to give, to present {ww.}
geven
schenken
schenken
he/she/it gifts
hij/zij/het geeft
» meer vervoegingen van geven
I'm not sure whom I should give this present: to the girl or to the boy?
Ik weet niet zeker aan wie ik dit cadeau moet geven: aan het meisje of aan de jongen?
Cows give milk.
Koeien geven melk.
to gift, to give, to present {ww.}
gunnen
he/she/it gifts
hij/zij/het gunt
» meer vervoegingen van gunnen