Vertaling van leave
I leave
you leave
we leave
ik stap af
jij stapt af
wij stappen af
» meer vervoegingen van afstappen
I leave
you leave
we leave
ik ga uit
jij gaat uit
wij gaan uit
» meer vervoegingen van uitgaan
I leave
you leave
we leave
ik reis af
jij reist af
wij reizen af
» meer vervoegingen van afreizen
I leave
you leave
we leave
ik vaar af
jij vaart af
wij varen af
» meer vervoegingen van afvaren
I leave
you leave
we leave
ik vertrek
jij vertrekt
wij vertrekken
» meer vervoegingen van vertrekken
laten varen
in de steek laten
I leave
you leave
we leave
ik verlaat
jij verlaat
wij verlaten
» meer vervoegingen van verlaten
sparen
toegeeflijk zijn voor
ontzien
I leave
you leave
we leave
ik spaar
jij spaart
wij sparen
» meer vervoegingen van sparen
I leave
you leave
we leave
ik reis af
jij reist af
wij reizen af
» meer vervoegingen van afreizen
laten begaan
laten schieten
loslaten
toelaten
I leave
you leave
we leave
ik laat
jij laat
wij laten
» meer vervoegingen van laten
I leave
you leave
we leave
ik laat na
jij laat na
wij laten na
» meer vervoegingen van nalaten
Voorbeelden in zinsverband
Let's leave.
Laten we weggaan.
Just leave me alone.
Laat mij alleen!
Don't leave door open.
Laat de deur niet open.
I'm about to leave.
Ik sta op het punt uit te gaan.
Leave me alone!
Laat me met rust!
Please leave me alone.
Laat me alsjeblieft met rust.
Don't leave me by myself!
Laat me niet alleen!
The rain just stopped, so let's leave.
Het houdt juist op met regenen, laat ons dus vertrekken.
You must not leave right now.
Je moet nu niet vertrekken.
Did you leave the window open?
Hebt ge het venster opengelaten?
Close the door when you leave.
Doe de deur dicht als je weggaat.
Can I leave my bag here?
Kan ik mijn tas hier laten?
I'll leave it up to you.
Ik laat het aan jou.
When will you get ready to leave?
Wanneer ben je klaar om te vertrekken?
Leave more space between the lines.
Laat meer afstand tussen de regels.