Vertaling van mother

Inhoud:

Engels
Nederlands
to mother {ww.}
bemoederen

I mother
you mother
we mother

ik bemoeder
jij bemoedert
wij bemoederen
» meer vervoegingen van bemoederen

mother {zn.}
moeder  [v]
moer
ma
Betty killed her mother.
Betty vermoordde haar moeder.
Alice is my mother.
Alice is mijn moeder.
mother {zn.}
moedertje
moeder
mother {zn.}
Vrouwe
vrouw [v] (de ~)
to beget, to bring forth, to engender, to father, to generate, to get, to mother, to sire {ww.}
moederen

I mother
you mother
we mother

ik moeder
jij moedert
wij moederen
» meer vervoegingen van moederen

to beget, to bring forth, to engender, to father, to generate, to get, to mother, to sire {ww.}
verwekken

I mother
you mother
we mother

ik verwek
jij verwekt
wij verwekken
» meer vervoegingen van verwekken

to beget, to bring forth, to engender, to father, to generate, to get, to mother, to sire {ww.}
verwekken

I mother
you mother
we mother

ik verwek
jij verwekt
wij verwekken
» meer vervoegingen van verwekken

to fuss, to mother, to overprotect {ww.}
bemoederen

I mother
you mother
we mother

ik bemoeder
jij bemoedert
wij bemoederen
» meer vervoegingen van bemoederen

female parent, mother {zn.}
vermoeid
lam
moe
female parent, mother {zn.}
moeder [v] (de ~)
mama [v] (de ~)
moesje
moes
moederlief
moe
mammie
mam [v] (de ~)
ma [v] (de ~)
Mother chose this curtain.
Mama heeft dit gordijn gekozen.
My mother is beautiful.
Mijn moeder is mooi.

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

My mother can't come.

Mijn moeder kan niet komen.

My mother is beautiful.

Mijn moeder is mooi.

My mother speaks slowly.

Mijn moeder spreekt langzaam.

The mother was exhausted.

De moeder was uitgeblust.

Mother chose this curtain.

Mama heeft dit gordijn gekozen.

Betty killed his mother.

Betty heeft zijn moeder vermoord.

Betty killed her mother.

Betty vermoordde haar moeder.

How's your mother?

Hoe gaat het met jullie moeder?

My mother loves music.

Mijn moeder houdt van muziek.

I resemble my mother.

Ik lijk op mijn moeder.

Mother prepared us lunch.

Moeder maakte ons middageten klaar.

Alice is my mother.

Alice is mijn moeder.

Spanish is his mother tongue.

Spaans is zijn moedertaal.

Cookie's mother died of cancer.

De moeder van Cookie is aan kanker gestorven.

My mother has good handwriting.

Mijn moeder heeft een mooi handschrift.


Gerelateerd aan mother

beget - bring forth - engender - father - generate - get - sire - fuss - overprotect - female parentadult female - individual - attend - bring forth - cause - relation