Vertaling van plucked

Inhoud:

Engels
Nederlands
to pick, to pluck, to tear off {ww.}
wegscheuren
afplukken
afrukken
plukken
afbreken 

I plucked
you plucked
he/she/it plucked

ik scheurde weg
jij scheurde weg
hij/zij/het scheurde weg
» meer vervoegingen van wegscheuren

to pick, to pluck {ww.}
oprapen
plukken
afplukken
tokkelen

I plucked
you plucked
he/she/it plucked

ik raapte op
jij raapte op
hij/zij/het raapte op
» meer vervoegingen van oprapen

to fleece, to gazump, to hook, to overcharge, to pluck, to plume, to rob, to soak, to surcharge {ww.}
uitkleden
flessen
tillen
pluimen
scheren
snijden
plukken
kaalplukken
bezwendelen
aderlaten
afzetten

I plucked
you plucked
he/she/it plucked

ik kleedde uit
jij kleedde uit
hij/zij/het kleedde uit
» meer vervoegingen van uitkleden

to pick off, to pluck, to pull off, to tweak {ww.}
lospeuteren

I plucked
you plucked
he/she/it plucked

ik peuterde los
jij peuterde los
hij/zij/het peuterde los
» meer vervoegingen van lospeuteren

to pick off, to pluck, to pull off, to tweak {ww.}
peuteren
pulken
punniken
peuren

I plucked
you plucked
he/she/it plucked

ik peuterde
jij peuterde
hij/zij/het peuterde
» meer vervoegingen van peuteren

to fleece, to gazump, to hook, to overcharge, to pluck, to plume, to rob, to soak, to surcharge {ww.}
ontstelen
afnemen
ontnemen
benemen
afpikken
afpakken
afjatten

I plucked
you plucked
he/she/it plucked

ik ontstal
jij ontstal
hij/zij/het ontstal
» meer vervoegingen van ontstelen

to deplumate, to deplume, to displume, to pluck, to pull, to tear {ww.}
plukken

I plucked
you plucked
he/she/it plucked

ik plukte
jij plukte
hij/zij/het plukte
» meer vervoegingen van plukken

to deplumate, to deplume, to displume, to pluck, to pull, to tear {ww.}
plukken

I plucked
you plucked
he/she/it plucked

ik plukte
jij plukte
hij/zij/het plukte
» meer vervoegingen van plukken

to pick off, to pluck, to pull off, to tweak {ww.}
afpulken

I plucked
you plucked
he/she/it plucked

ik pulkte af
jij pulkte af
hij/zij/het pulkte af
» meer vervoegingen van afpulken

to cull, to pick, to pluck {ww.}
plukken
afplukken

I plucked
you plucked
he/she/it plucked

ik plukte
jij plukte
hij/zij/het plukte
» meer vervoegingen van plukken

to fleece, to gazump, to hook, to overcharge, to pluck, to plume, to rob, to soak, to surcharge {ww.}
ontroven

I plucked
you plucked
he/she/it plucked

ik ontroofde
jij ontroofde
hij/zij/het ontroofde
» meer vervoegingen van ontroven

to fleece, to gazump, to hook, to overcharge, to pluck, to plume, to rob, to soak, to surcharge {ww.}
afzetter [m] (de ~)

I plucked

to pick off, to pluck, to pull off, to tweak {ww.}
afpeuteren

I plucked
you plucked
he/she/it plucked

ik peuterde af
jij peuterde af
hij/zij/het peuterde af
» meer vervoegingen van afpeuteren


Gerelateerd aan plucked

pick - pluck - tear off - fleece - gazump - hook - overcharge - plume - rob - soak - surcharge - pick off - pull off - tweak - deplumatebetray - loosen - pick off - remove - fiddle with - take - draw - deplumate - get hold of - mine - fleece - chiseler