Vertaling van short

Inhoud:

Engels
Nederlands
to short, to short-circuit {ww.}
kortsluiten
inadequate, insufficient, meagre, poor, scarce, short {bn.}
ontoereikend
onvoldoende
brief, short {bn.}
kort 
kortstondig
short, shortstop {zn.}
voorfilm [m] (de ~)
short, short circuit {zn.}
kortsluiting [v] (de ~)
I spilled jam on the electric outlet and there was a short circuit.
Ik knoeide jam op het stopcontact en toen was er kortsluiting.
short {bn.}
kort
short {bn.}
klein
short {bn.}
kortstondig
kortdurend
kort
brusk, brusque, curt, short {bn.}
bruusk
light, scant, short {bn.}
nicotinearm
brusk, brusque, curt, short {bn.}
stroef

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

I'm very short.

Ik ben erg kort.

I like short hair.

Kort haar vind ik leuk.

She has short hair.

Ze heeft kort haar.

Life is short.

Het leven is kort.

Her hair is very short.

Haar haar is heel kort.

Let's take a short break.

Laten we een korte pauze nemen.

I am short of money.

Ik heb weinig geld.

Mozart's life was very short.

Het leven van Mozart was heel kort.

Tom has a short fuse.

Tom heeft een kort lontje.

You aren't as short as I am.

Je bent niet zo klein als ik.

My mother cut my hair too short.

Mijn moeder heeft mijn haar te kort geknipt.

Art is long, life is short.

De kunst is lang, het leven is kort.

You aren't as short as me.

Je bent niet zo klein als ik.

You are not as short as I.

Je bent niet zo klein als ik.

She is a short story writer.

Zij schrijft novelles.


Gerelateerd aan short

short-circuit - inadequate - insufficient - meagre - poor - scarce - brief - shortstop - short circuit - brusk - brusque - curt - light - scantcause - film - disturbance - surly - arduous