Vertaling van light

Inhoud:

Engels
Nederlands
to light {ww.}
het licht aandoen
het licht aansteken
aansteken 

I light
you light
we light

ik steek aan
jij steekt aan
wij steken aan
» meer vervoegingen van aansteken

light {bn.}
licht 
light {zn.}
licht  [o]
schijnsel [o]
schijn [m]
I see a light.
Ik zie een licht.
She turned on the light.
Zij heeft het licht aangedaan.
light, slight {bn.}
licht 
to burn, to flash on, to take fire, to ignite, to light, to catch fire {ww.}
ontbranden
aanfloepen
aangaan 
aanflitsen

I light
you light
we light

ik ontbrand
jij ontbrandt
wij ontbranden
» meer vervoegingen van ontbranden

to kindle, to light, to ignite {ww.}
stoken
ontsteken
aansteken 
doen ontbranden
aanmaken 

I light
you light
we light

ik stook
jij stookt
wij stoken
» meer vervoegingen van stoken

to illuminate, to light {ww.}
voorlichten
belichten 
verlichten
aansteken 

I light
you light
we light

ik licht voor
jij licht voor
wij lichten voor
» meer vervoegingen van voorlichten

subtle, delicate, fine, light {bn.}
fijn 
spitsvondig
subtiel 
insubstantial, light {bn.}
licht 
bright, clear, light, light-coloured {bn.}
hel 
helder 
klaar 
licht 
bright, light {bn.}
helder 
licht 
lichtend
faint, light, weak, feeble, frail, weedy {bn.}
licht 
zwak 
easy, facile, light {bn.}
licht 
makkelijk
gemakkelijk 
vlot 
to ignite, to light {ww.}
aansteken
aanmaken

I light
you light
we light

ik steek aan
jij steekt aan
wij steken aan
» meer vervoegingen van aansteken

to ignite, to light {ww.}
afsteken

I light
you light
we light

ik steek af
jij steekt af
wij steken af
» meer vervoegingen van afsteken

to dismount, to get down, to get off, to light, to unhorse {ww.}
afstijgen

I light
you light
we light

ik stijg af
jij stijgt af
wij stijgen af
» meer vervoegingen van afstijgen

to illume, to illuminate, to illumine, to light, to light up {ww.}
verlichten
schijnen
lichten

I light
you light
we light

ik verlicht
jij verlicht
wij verlichten
» meer vervoegingen van verlichten

to illume, to illuminate, to illumine, to light, to light up {ww.}
bijlichten

I light
you light
we light

ik licht bij
jij licht bij
wij lichten bij
» meer vervoegingen van bijlichten

to illume, to illuminate, to illumine, to light, to light up {ww.}
illumineren

I light
you light
we light

ik illumineer
jij illumineert
wij illumineren
» meer vervoegingen van illumineren

to ignite, to light {ww.}
ontsteken

I light
you light
we light

ik ontsteek
jij ontsteekt
wij ontsteken
» meer vervoegingen van ontsteken


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

I see a light.

Ik zie een licht.

It is still light outside.

Het is nog klaar buiten.

She turned on the light.

Zij heeft het licht aangedaan.

Do you have a light?

Hebt ge een aansteker?

I can see the light.

Ik kan het licht zien.

There is insufficient light to take pictures.

Het is niet licht genoeg om foto's te nemen.

Did you stop at the red light?

Zijt ge gestopt aan het rood licht?

The candles made the room light.

De kaarsen verlichtten de kamer.

Today I want to eat something light.

Vandaag wil ik iets lichts eten.

The light went out by itself.

Het licht ging vanzelf uit.

Don't sleep with the light left on.

Slaap niet met het licht aan.

Do you want me to leave the light on?

Moet ik het licht aanlaten?

How do you know that light travels faster than sound?

Hoe weet je dat licht sneller is dan geluid?

Switch on the light. I can't see anything.

Doe het licht aan. Ik zie niks.

A red light was glowing in the dark.

Een rood licht scheen in het duister.


Gerelateerd aan light

slight - burn - flash on - take fire - ignite - catch fire - kindle - illuminate - subtle - delicate - fine - insubstantial - bright - clear - light-colouredswitch on - ignite - cater - aid - illume