Vertaling van sworn

Inhoud:

Engels
Nederlands
sworn {bn.}
beëdigd
to swear, to pledge, to vow, to take an oath, to affirm {ww.}
een eed afleggen
zweren 

he/she/it has sworn
they have sworn
he/she/it had sworn

hij/zij/het heeft gezworen
zij hebben gezworen
hij/zij/het had gezworen
» meer vervoegingen van zweren

to blaspheme, to curse, to cuss, to swear {ww.}
godslasteren
ketteren
godlasteren
vloeken
blasfemeren

I have sworn
you have sworn
he/she/it has sworn

ik heb geketterd
jij hebt geketterd
hij/zij/het heeft geketterd
» meer vervoegingen van ketteren

to curse, to cuss, to swear {ww.}
vloeken

I have sworn
you have sworn
he/she/it has sworn

ik heb gevloekt
jij hebt gevloekt
hij/zij/het heeft gevloekt
» meer vervoegingen van vloeken


Gerelateerd aan sworn

swear - pledge - vow - take an oath - affirm - blaspheme - curse - cuss