Vertaling van affirm

Inhoud:

Engels
Nederlands
to assure, to affirm, to certify, to ensure {ww.}
verzekeren
betuigen

I affirm
you affirm
we affirm

ik verzeker
jij verzekert
wij verzekeren
» meer vervoegingen van verzekeren

to assert, to state, to allege, to claim, to affirm, to aver {ww.}
verzekeren
garanderen
beweren 

I affirm
you affirm
we affirm

ik verzeker
jij verzekert
wij verzekeren
» meer vervoegingen van verzekeren

to confirm, to corroborate, to acknowledge, to affirm, to establish, to uphold {ww.}
vormen 
staven 
bevestigen 
erkennen
bekrachtigen 

I affirm
you affirm
we affirm

ik vorm
jij vormt
wij vormen
» meer vervoegingen van vormen

to insist, to affirm, to dwell, to maintain {ww.}
aandringen 

I affirm
you affirm
we affirm

ik dring aan
jij dringt aan
wij dringen aan
» meer vervoegingen van aandringen

to assent, to say yes, to affirm {ww.}
ja zeggen
toestemmen
bevestigen 
beamen 

I affirm
you affirm
we affirm

ik stem toe
jij stemt toe
wij stemmen toe
» meer vervoegingen van toestemmen

I'd like to say yes, but...
Ik wil graag ja zeggen, maar...
to swear, to pledge, to vow, to take an oath, to affirm {ww.}
zweren 
een eed afleggen

they affirm

zij zweren
» meer vervoegingen van zweren



Gerelateerd aan affirm

assure - certify - ensure - assert - state - allege - claim - aver - confirm - corroborate - acknowledge - establish - uphold - insist - dwell