Vertaling van claim

Inhoud:

Engels
Nederlands
to claim, to presume, to allege, to plead, to profess, to apply {ww.}
claimen
aanspraak maken op

I claim
you claim
we claim

ik claim
jij claimt
wij claimen
» meer vervoegingen van claimen

to claim {ww.}
reclameren 

I claim
you claim
we claim

ik reclameer
jij reclameert
wij reclameren
» meer vervoegingen van reclameren

claim, pretention, application {zn.}
claim [m]
pretentie [v]
aanspraak  [v]
to assert, to state, to allege, to claim, to affirm, to aver {ww.}
verzekeren
garanderen
beweren 

I claim
you claim
we claim

ik verzeker
jij verzekert
wij verzekeren
» meer vervoegingen van verzekeren

to demand, to postulate, to require, to charge, to claim, to dictate, to exact, to mandate, to assert {ww.}
vereisen
vorderen
voorschrijven
vergen
rekenen 
opeisen
eisen 

I claim
you claim
we claim

ik vereis
jij vereist
wij vereisen
» meer vervoegingen van vereisen

Industrial countries require a lot of skilled labor.
Industriële landen vereisen veel behendige arbeid.
to claim, to take {ww.}
terugvorderen
revindiceren
terugeisen
reclameren

I claim
you claim
we claim

ik vorder terug
jij vordert terug
wij vorderen terug
» meer vervoegingen van terugvorderen

to claim, to take {ww.}
reclameren

I claim
you claim
we claim

ik reclameer
jij reclameert
wij reclameren
» meer vervoegingen van reclameren

to claim {ww.}
invorderen

I claim
you claim
we claim

ik vorder in
jij vordert in
wij vorderen in
» meer vervoegingen van invorderen

charge, claim, demand, suit {zn.}
vordering [v]
eis [m]
contention, assertion, claim, allegation, statement {zn.}
verzekering 
assertie
bewering  [v]
to arrogate, to claim, to lay claim {ww.}
opeisen
vindiceren
verlangen
claimen

I claim
you claim
we claim

ik eis op
jij eist op
wij eisen op
» meer vervoegingen van opeisen


Gerelateerd aan claim

presume - allege - plead - profess - apply - pretention - application - assert - state - affirm - aver - demand - postulate - require - chargerequisition - ask