Vertaling van visiting day

Inhoud:

Engels
Nederlands
visiting day {zn.}
bezoekdag [m]
to punish, to chastise, to penalize, to visit {ww.}
bestraffen 
straffen 
to attend, to call on, to see, to visit {ww.}
bezoeken
opzoeken
afgaan 
I want to visit Korea.
Ik wil Korea bezoeken.
I'll visit you tomorrow.
Ik zal je morgen bezoeken.
to call, to call in, to visit {ww.}
bezoeken
bezocht
opzoeken
I'll personally visit you.
Ik zal jou persoonlijk bezoeken.
I'll visit him tomorrow.
Ik zal hem morgen bezoeken.
to see, to visit {ww.}
bezichtigen
to travel to, to visit {ww.}
doen
to call, to call in, to visit {ww.}
passeren
langslopen
langskomen
aanlopen
aangaan
binnenwippen
afkomen
aanwippen
langsgaan
to see, to visit {ww.}
bezoeken
bijwonen
We will visit them soon.
We gaan ze snel bezoeken.
I'll visit my uncle next week.
Ik zal volgende week mijn oom bezoeken.


Gerelateerd aan visiting day

punish - chastise - penalize - visit - attend - call on - see - call - call in - travel togo - consider - tour - call