Vertaling van worrying

Inhoud:

Engels
Nederlands
worrying {zn.}
getob [o] (het ~)
to be anxious, to fret, to worry {ww.}
zich bezorgd maken
to vex, to annoy, to distress, to worry, to aggravate {ww.}
ergeren
bedroeven 
to worry {ww.}
zich zorgen maken
tobben
to agitate, to alarm, to disturb, to perturb, to ruffle, to trouble, to unsettle, to upset, to worry {ww.}
verontrusten
benauwen
to care, to see, to take care, to worry, to be concerned, to be anxious {ww.}
bezorgd zijn
zich bekommeren
zorg dragen
zorgen

I am worrying

badgering, bedevilment, torment, worrying {zn.}
pesterij [v] (de ~)
badgering, bedevilment, torment, worrying {zn.}
Tantaluskwelling [v] (de ~)
badgering, bedevilment, torment, worrying {zn.}
gesar
getreiter
treiterij


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

She's worrying for your safety.

Ze maakt zich zorgen om uw veiligheid.

I'm worrying about your success.

Ik maak me zorgen over je success.

Worrying doesn't take away tomorrow's concerns, but it does take away today's power.

Piekeren neemt de zorgen voor morgen niet weg, maar wel de kracht van vandaag.

Worrying is like a rocking chair; it gives you something to do but doesn't get you anywhere.

Je zorgen maken is als een schommelstoel; het geeft je iets te doen, maar je komt er nergens mee.


Gerelateerd aan worrying

be anxious - fret - worry - vex - annoy - distress - aggravate - agitate - alarm - disturb - perturb - ruffle - trouble - unsettle - upsetcontemplation - ribbing - affliction