Vertaling van gerust

Inhoud:

Nederlands
Engels
gerust,
gerust {bn.}
easy
bedaard, gerust, kalm, rustig {bn.}
calm 
tranquil 
leisurely
quiet 
restful 
still 
gerust, risicoloos, secuur, veilig, zeker {bn.}
risk-free
riskless
unhazardous
rusten {ww.}
to rest 
to repose

ik heb gerust
jij hebt gerust
hij/zij/het heeft gerust

I have rested
you have rested
he/she/it has rested
» meer vervoegingen van to rest

Hij moest rusten.
He needed to rest.
Ik ga wat rusten.
I'm going to have a rest.
bedaren, geruststellen, kalmeren {ww.}
to appease
to calm 
to quiet 
to soothe
to still 
to quiten
to tranquilize
to assuage 

ik stel gerust
jij stelt gerust
hij/zij/het stelt gerust

I appease
you appease
he/she/it appeases
» meer vervoegingen van to appease

wapenen, rusten {ww.}
to armor
to armour
bronzen, keveren, knorren, maffen, pitten, slapen, snurken, slapend, meuren, rusten {ww.}
to sleep
to kip
to catch some z's
to log z's
to slumber
Ga slapen.
Go to sleep.
Ik wil slapen.
I want to sleep.
deponeren, voorleggen, leggen, neerleggen, rusten {ww.}
to lay
to put
to place
to position
to pose
to set

ik heb gerust
jij hebt gerust
hij/zij/het heeft gerust

I have laid
you have laid
he/she/it has laid
» meer vervoegingen van to lay

In mei leggen alle vogeltjes een ei.
In May, all birds lay an egg.
belasten, drukken, rusten {ww.}
to weight
to burden
to burthen
to weight down

ik heb gerust
jij hebt gerust
hij/zij/het heeft gerust

I have weighted
you have weighted
he/she/it has weighted
» meer vervoegingen van to weight

rusten {ww.}
to lean against
to lean on
to rest on
geruststellen {ww.}
to assure
to reassure

ik stel gerust
jij stelt gerust
hij/zij/het stelt gerust

I assure
you assure
he/she/it assures
» meer vervoegingen van to assure

rusten {ww.}
to rest

ik heb gerust
jij hebt gerust
hij/zij/het heeft gerust

I have rested
you have rested
he/she/it has rested
» meer vervoegingen van to rest

Laten wij even rusten.
Let's take a rest for a while.
Moge hij rusten in vrede!
May he rest in peace!

Gerelateerd aan gerust

- bedaard - kalm - rustig - risicoloos - secuur - veilig - zeker - rusten - bedaren - geruststellen - kalmeren - wapenen - bronzen - keverenkalm - equiperen - stellen - voorzien - pozen - apaiseren - ontspannen