Vertaling van keer
ik keer
I turn
» meer vervoegingen van to turn
ik keer
I halt
» meer vervoegingen van to halt
ik keer
I turn
» meer vervoegingen van to turn
ik keer
I turn
» meer vervoegingen van to turn
ik keer
I change
» meer vervoegingen van to change
ik keer
I return
» meer vervoegingen van to return
to turn
ik keer
I turn
» meer vervoegingen van to turn
to turn over
ik keer
I roll
» meer vervoegingen van to roll
to check
to contain
to hold back
to stop
to turn back
ik keer
I arrest
» meer vervoegingen van to arrest
to turn to
ik keer
I address
» meer vervoegingen van to address
to resist
to stand firm
to withstand
ik keer
I resist
» meer vervoegingen van to resist
Voorbeelden in zinsverband
Ik lees de brief keer op keer
I read the letter again and again.
Tot de volgende keer.
Until next time.
Je blijft keer op keer dezelfde fouten maken.
You continue making the same mistakes time after time.
Gedane zaken nemen geen keer.
It is no use crying over spilt milk.
Ik moet twee keer overstappen.
I have to change buses two times.
Laat het me één keer zeggen.
Let me say this just once.
Hij verdient twee keer zoveel als ik.
He earns twice as much as me.
Er is altijd een volgende keer.
There's always a next time.
Je bent tien keer zwaarder dan ik.
You're ten times heavier than I am.
Deze keer zal ik het proberen.
This time I will try it.
De volgende keer doe ik het zelf.
Next time I will do it myself.
Hoeveel keer ben je in Europa geweest?
How many times have you been to Europe?
Dit keer is Parijs mijn doel.
This time my goal is Paris.
Hij verdient drie keer zoveel als ik.
He makes three times more money than I do.
Er is altijd een volgende keer.
There is always a next time.