Vertaling van land

Inhoud:

Nederlands
Engels
land [o] {zn.}
country 
land 
De zeelui zagen land.
The sailors saw land.
Ze verlieten hun land.
They abandoned their country.
land [o], terrein [o], veld [o] {zn.}
field 
area 
district 
aarde [v], aardrijk [o], bodem [m], grond [m], land [o], aardbodem {zn.}
earth 
ground 
land 
soil
De aarde bestaat uit zee and land.
The earth is made up of sea and land.
De aarde is rond.
The earth is round.
dalen, landen, neerstrijken {ww.}
to land 
to alight
to beach 

ik land

I land
» meer vervoegingen van to land

aan land gaan, aan wal komen, landen {ww.}
to land 
to berth

ik land

I land
» meer vervoegingen van to land

aan land gaan, landen, aanlanden {ww.}
to land 

ik land

I land
» meer vervoegingen van to land


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

De zeelui zagen land.

The sailors saw land.

Ze verlieten hun land.

They abandoned their country.

Japan is een rijk land.

Japan is a rich country.

Zwitserland is een mooi land.

Switzerland is a beautiful country.

Israël is een ontwikkeld land.

Israel is a developed country.

De hertog bezit veel land.

The duke holds a lot of land.

Pakistan is een islamitisch land.

Pakistan is a Muslim country.

Nederland is een klein land.

The Netherlands is a small country.

Spanje is een Europees land.

Spain is a European country.

Uit welk land kom je?

What country are you from?

Uit welk land kom je?

Which country are you from?

China is een groot land.

China is a large country.

Zwitserland is een neutraal land.

Switzerland is a neutral country.

Ons land grenst aan een aantal landen.

Our country borders on several countries.

Japan is een land van eilanden.

Japan is an island country.