Vertaling van passen
wij passen
jullie passen
zij passen
we fit
you fit
they fit
» meer vervoegingen van to fit
wij passen
wij passen
jullie passen
zij passen
we fit
you fit
they fit
» meer vervoegingen van to fit
wij passen
jullie passen
zij passen
we fit
you fit
they fit
» meer vervoegingen van to fit
to befit
wij passen
jullie passen
zij passen
we befit
you befit
they befit
» meer vervoegingen van to befit
wij passen
jullie passen
zij passen
we match
you match
they match
» meer vervoegingen van to match
wij passen
jullie passen
zij passen
we attempt
you attempt
they attempt
» meer vervoegingen van to attempt
wij passen
jullie passen
zij passen
we fit
you fit
they fit
» meer vervoegingen van to fit
pass
toss
stride
tread
notch
pass
Voorbeelden in zinsverband
Mag ik het eens passen?
May I try this on?
Ze passen perfect bij elkaar.
They fit each other so perfectly.
Mag ik het eens passen?
May I try it on?
Die schoenen passen niet met het pak.
Those shoes do not go with the suit.
Deze brillen passen me niet goed, ze zijn te groot.
These glasses do not fit me well. They are too large.
Toen ik klein was, kwamen opa en oma nog om op te passen. 's Avonds op bed las oma me voor. Of opa vertelde een verhaal.
When I was little, grandpa and grandma would come to baby-sit. At night in bed grandma would read to me. Or grandpa would tell a story.