Vertaling van uittrekken

Inhoud:

Nederlands
Engels
uitrukken, uitscheuren, uittrekken {ww.}
to wrest

ik zal uittrekken
jij zult uittrekken
hij/zij/het zal uittrekken

I will wrest
you will wrest
he/she/it will wrest
» meer vervoegingen van to wrest

bestemmen, uittrekken {ww.}
to assign 
to dispose 
to designate
to consign
to ordain
to earmark 
to destine 

ik zal uittrekken
jij zult uittrekken
hij/zij/het zal uittrekken

I will assign
you will assign
he/she/it will assign
» meer vervoegingen van to assign

afdoen, afleggen, afzetten, uitdoen, uitkrijgen, uittrekken {ww.}
to put down
to take off
to lay 
to put off

ik zal uittrekken
jij zult uittrekken
hij/zij/het zal uittrekken

I will lay
you will lay
he/she/it will lay
» meer vervoegingen van to lay

emigreren, uittrekken, uitwijken {ww.}
to emigrate

ik zal uittrekken
jij zult uittrekken
hij/zij/het zal uittrekken

I will emigrate
you will emigrate
he/she/it will emigrate
» meer vervoegingen van to emigrate

doortrekken, rekken, uitleggen, uitrekken, uittrekken, verlengen {ww.}
to lengthen 

ik zal uittrekken
jij zult uittrekken
hij/zij/het zal uittrekken

I will lengthen
you will lengthen
he/she/it will lengthen
» meer vervoegingen van to lengthen