Vertaling van voer

Inhoud:

Nederlands
Engels
voer [o] (het ~), voeder, vreten [o] (het ~), foerage [v] (de ~) {zn.}
feed
provender
Voer geen wilde dieren.
Don't feed wild animals.
voeding [v], kost, voeder, voedingsmiddel, voedsel, voer {zn.}
food 
fare 
nourishment
aliment
Hij moest het dagenlang zonder voedsel stellen.
He had to go without food for days.
Je zal binnenkort gewend zijn aan Japans voedsel.
You will soon get used to Japanese food.
foerage [v], voeder, voer {zn.}
fodder 
forage 
gaan, karren, rijden, varen {ww.}
to go 
to drive 
to ride 
to travel 

ik voer
jij voer
hij/zij/het voer

I went
you went
he/she/it went
» meer vervoegingen van to go

Ik wil niet rijden.
I don't want to drive.
Laten we naar het meer rijden.
Let's drive to the lake.
varen {ww.}
to navigate 

ik voer
jij voer
hij/zij/het voer

I navigated
you navigated
he/she/it navigated
» meer vervoegingen van to navigate

brengen, dragen, voeren, voorhebben {ww.}
to carry 
to wear 
to bear 
to wash 

ik voer

I carry
» meer vervoegingen van to carry

spijzigen, te eten geven, voederen, voeren {ww.}
to feed 

ik voer

I feed
» meer vervoegingen van to feed

voeren {ww.}
to line 

ik voer

I line
» meer vervoegingen van to line

besturen, brengen, leiden, geleiden, voeren {ww.}
to bring 
to lead 
to drive 
to wage 
to conduct 
to guide 
to channel 

ik voer

I bring
» meer vervoegingen van to bring

Heeft uw oom u zijn auto laten besturen?
Did your uncle let you drive his car?
Oorlogen brengen littekens.
Wars bring scars.
overbrengen, transporteren, voeren, vervoeren {ww.}
to transport 
to ship 

ik voer

I transport
» meer vervoegingen van to transport

aas [o] (het ~), lokmiddel [o] (het ~), lokspijs, voer, lokaas [o] (het ~) {zn.}
bait
decoy
lure

Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Voer geen wilde dieren.

Don't feed wild animals.

Het schip voer de Amerikaanse vlag.

The ship was flying the American flag.


Gerelateerd aan voer

voeder - vreten - foerage - voeding - kost - voedingsmiddel - voedsel - gaan - karren - rijden - varen - brengen - dragen - voeren - voorhebbenvoedsel - middel