Vertaling van zet

Inhoud:

Nederlands
Engels
douw [m], drang [m], duw [m], stoot, por, zet {zn.}
thrust 
push 
beweging [v], slag [m], zet {zn.}
motion 
stroke
shift 
move 
movement 
Open nooit de deur van een voertuig in beweging.
Never open the door of a car that is in motion.
zet [m] (de ~) {zn.}
move
handeling [v] (de ~), actie [v] (de ~), verrichting [v] (de ~), gang [m] (de ~), daad [v], werking [v], zet {zn.}
deed 
action 
human activity
human action
step 
move 
act 
Een goede daad verlicht een donkere wereld.
A good deed lightens a dark world.
Zijn dappere daad leverde hem respect op.
His brave deed earned him respect.
aftrekken, laten trekken, zetten, trekken {ww.}
to brew
to infuse

ik zet
jij zet
hij/zij/het zet

I brew
you brew
he/she/it brews
» meer vervoegingen van to brew

zetten {ww.}
to set 
to compose 
to typeset

ik zet
jij zet
hij/zij/het zet

I set
you set
he/she/it sets
» meer vervoegingen van to set

We zetten vallen om kakkerlakken te vangen.
We set out traps for catching cockroaches.
monteren, zetten {ww.}
to assemble 
to erect
to mount 
to set 
to stage 

ik zet
jij zet
hij/zij/het zet

I assemble
you assemble
he/she/it assembles
» meer vervoegingen van to assemble

leggen, steken, plaatsen, stellen, stoppen, zetten, doen {ww.}
to lay down
to place 
to put 
to put down
to lay 
to set 

ik zet
jij zet
hij/zij/het zet

I place
you place
he/she/it places
» meer vervoegingen van to place

afleiden, zetten {ww.}
to extract

ik zet
jij zet
hij/zij/het zet

I extract
you extract
he/she/it extracts
» meer vervoegingen van to extract

ontstaan, zetten {ww.}
to form 
to take shape

ik zet
jij zet
hij/zij/het zet

I form
you form
he/she/it forms
» meer vervoegingen van to form

herleiden, inkrimpen, reduceren, vereenvoudigen, zetten {ww.}
to reduce 
to downsize
to lower 

ik zet
jij zet
hij/zij/het zet

I reduce
you reduce
he/she/it reduces
» meer vervoegingen van to reduce

zetten {ww.}
to sit 

ik zet
jij zet
hij/zij/het zet

I sit
you sit
he/she/it sits
» meer vervoegingen van to sit

duw [m] (de ~), zetje, zet [m] (de ~) {zn.}
pushing
push
manoeuvre, zet [m] (de ~) {zn.}
move

Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Zet het alsjeblieft aan.

Please turn it on.

Zet het af.

Turn it off.

Ik zet mijn hoed af.

I take off my hat.

Zet alsjeblieft wat kaarsen op de verjaardagstaart.

Please put some candles on the birthday cake.

Zet de woorden op alfabetische volgorde.

Put the words in alphabetical order.

Zet het niet op mijn schrijftafel.

Don't put it on my desk.

Zet de televisie niet luider alstublieft.

Please don't turn up the volume on the television.

Zodra ik opsta, zet ik koffie.

As soon as I get up, I fix the coffee.

Zet de radio een beetje harder.

Turn up the radio a little bit.

Zet het volume eens wat zachter.

Turn down the volume, please.

Zet de tv alsjeblieft wat zachter.

Turn the TV down, please.

Zet dat maar op mijn rekening.

Please charge this to my account.

Zet de televisie uit. Ik kan me niet concentreren.

Turn off the television. I can't concentrate.

Ik zet elke maand tienduizend yen op de bank.

I put ten thousand yen into the bank every month.

Zet de klok goed. Hij loopt tien minuten voor.

Set the clock right. It's ten minutes fast.