Vertaling van afgelopen
ik heb afgelopen
jij hebt afgelopen
hij/zij/het heeft afgelopen
j'ai fini
tu as fini
il/elle a fini
» meer vervoegingen van finir
ik heb afgelopen
jij hebt afgelopen
hij/zij/het heeft afgelopen
j'ai sonné
tu as sonné
il/elle a sonné
» meer vervoegingen van sonner
ik heb afgelopen
jij hebt afgelopen
hij/zij/het heeft afgelopen
j'ai parcouru
tu as parcouru
il/elle a parcouru
» meer vervoegingen van parcourir
Voorbeelden in zinsverband
Morgen is de conferentie afgelopen.
La conférence finira demain.
Wat heb je afgelopen zondag gedaan?
Qu'avez-vous fait dimanche dernier ?
Waarom belde je me niet afgelopen nacht?
Pourquoi ne m'as-tu pas appelée hier soir ?
Wat heb je afgelopen nacht gedaan?
Qu'as-tu fait la nuit dernière ?
Zijn zoon is het afgelopen jaar gestorven.
Son fils est mort l'année dernière.
Afgelopen week is ze bevallen van een mooie dochter.
La semaine dernière elle donna naissance à une jolie fille.
De afgelopen tijd is er veel gesproken over de architectuur van de nieuwe school.
Il y a eu beaucoup de discussions récemment à propos de l'architecture de la nouvelle école.