Vertaling van afgelopen

Inhoud:

Nederlands
Frans
afgelopen, laatstleden, verleden, verschenen, vervlogen, voorbij {bn.}
passé 
af, afgelopen, gereed, klaar {bn.}
prêt 
aflopen, eindigen, ophouden, uitgaan, uitlopen, uitraken, verlopen {ww.}
prendre fin
se terminer 
finir 

ik heb afgelopen
jij hebt afgelopen
hij/zij/het heeft afgelopen

j'ai fini
tu as fini
il/elle a fini
» meer vervoegingen van finir

aflopen, beieren, galmen, kleppen, luiden, schalmen, overgaan {ww.}
sonner 
tinter 

ik heb afgelopen
jij hebt afgelopen
hij/zij/het heeft afgelopen

j'ai sonné
tu as sonné
il/elle a sonné
» meer vervoegingen van sonner

aflopen, buigen, hellen, overhellen, zich bukken {ww.}
s'incliner 
pencher 
afleggen, aflopen, doorgaan, gaan door {ww.}
abattre 
parcourir 

ik heb afgelopen
jij hebt afgelopen
hij/zij/het heeft afgelopen

j'ai parcouru
tu as parcouru
il/elle a parcouru
» meer vervoegingen van parcourir



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Frans

Morgen is de conferentie afgelopen.

La conférence finira demain.

Wat heb je afgelopen zondag gedaan?

Qu'avez-vous fait dimanche dernier ?

Waarom belde je me niet afgelopen nacht?

Pourquoi ne m'as-tu pas appelée hier soir ?

Wat heb je afgelopen nacht gedaan?

Qu'as-tu fait la nuit dernière ?

Zijn zoon is het afgelopen jaar gestorven.

Son fils est mort l'année dernière.

Afgelopen week is ze bevallen van een mooie dochter.

La semaine dernière elle donna naissance à une jolie fille.

De afgelopen tijd is er veel gesproken over de architectuur van de nieuwe school.

Il y a eu beaucoup de discussions récemment à propos de l'architecture de la nouvelle école.


Gerelateerd aan afgelopen

laatstleden - verleden - verschenen - vervlogen - voorbij - af - gereed - klaar - aflopen - eindigen - ophouden - uitgaan - uitlopen - uitraken - verlopen