Vertaling van Lessen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
Lessen [o] {eigenn.}
Lessen [o] {eigenn.}
lessen {ww.}
lessen {ww.}

ik les
jij lest
hij/zij/het lest

ik les
jij lest
hij/zij/het lest
» meer vervoegingen van lessen

We hebben te veel lessen.
We hebben te veel lessen.
De lessen beginnen elke dag om negen uur.
De lessen beginnen elke dag om negen uur.
lessen {ww.}
lessen {ww.}

ik les
jij lest
hij/zij/het lest

ik les
jij lest
hij/zij/het lest
» meer vervoegingen van lessen

Ze kan de lessen niet bijwonen vanwege ziekte.
Ze kan de lessen niet bijwonen vanwege ziekte.
Het maakt mijn natuurkundeleraar niet uit als ik de lessen verzuim.
Het maakt mijn natuurkundeleraar niet uit als ik de lessen verzuim.
les [m] (de ~) {zn.}
les [m] (de ~) {zn.}
Hij geeft les Engels.
Hij geeft les Engels.
Vandaag is er geen les.
Vandaag is er geen les.
les [m] (de ~), onderwijs [o] (het ~), cursus [m] (de ~), onderricht [o] (het ~) {zn.}
les [m] (de ~)
onderwijs [o] (het ~)
cursus [m] (de ~)
onderricht [o] (het ~) {zn.}
Hoe was de Franse les?
Hoe was de Franse les?
Tom geeft les in sportpsychologie.
Tom geeft les in sportpsychologie.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

We hebben te veel lessen.

We hebben te veel lessen.

De lessen beginnen elke dag om negen uur.

De lessen beginnen elke dag om negen uur.

Ze kan de lessen niet bijwonen vanwege ziekte.

Ze kan de lessen niet bijwonen vanwege ziekte.

Het maakt mijn natuurkundeleraar niet uit als ik de lessen verzuim.

Het maakt mijn natuurkundeleraar niet uit als ik de lessen verzuim.

Dat mensen niet veel leren van de lessen uit het verleden is de belangrijkste les die het verleden ons te leren heeft.

Dat mensen niet veel leren van de lessen uit het verleden is de belangrijkste les die het verleden ons te leren heeft.


Gerelateerd aan Lessen

lessen - les - onderwijs - cursus - onderrichtondervinden - stillen - informatie - bezigheid - graad