Vertaling van beleefd
galant
heus
hoffelijk
welgemanierd
wellevend {bn.}
hoffelijk {bw.}
heus
wellevend
attent
hoffelijk
voorkomend
bescheiden {bn.}
beleven
doormaken
doorleven {ww.}
ik heb beleefd
jij hebt beleefd
hij/zij/het heeft beleefd
ik heb ondergaan
jij hebt ondergaan
hij/zij/het heeft ondergaan
» meer vervoegingen van ondergaan
ik heb beleefd
jij hebt beleefd
hij/zij/het heeft beleefd
ik heb beleefd
jij hebt beleefd
hij/zij/het heeft beleefd
» meer vervoegingen van beleven
beleven
ondervinden
doormaken {ww.}
ik heb beleefd
jij hebt beleefd
hij/zij/het heeft beleefd
ik heb ervaren
jij hebt ervaren
hij/zij/het heeft ervaren
» meer vervoegingen van ervaren
ervaren
beleven
ondervinden
gewaarworden
gevoelen {ww.}
ik heb beleefd
jij hebt beleefd
hij/zij/het heeft beleefd
ik heb ontmoet
jij hebt ontmoet
hij/zij/het heeft ontmoet
» meer vervoegingen van ontmoeten
meemaken {ww.}
ik heb beleefd
ik had beleefd
ik zal beleefd hebben
ik heb beleefd
ik had beleefd
ik zal beleefd hebben
» meer vervoegingen van beleven
Voorbeelden in zinsverband
Wees alsjeblieft beleefd.
Wees alsjeblieft beleefd.
Wees beleefd tegen je ouders.
Wees beleefd tegen je ouders.
Japanners zijn in het algemeen beleefd.
Japanners zijn in het algemeen beleefd.
Het was beleefd van hem om zijn plek aan de oude man te geven.
Het was beleefd van hem om zijn plek aan de oude man te geven.
Gisteren heb ik je zoon ontmoet en hij heeft me beleefd gegroet.
Gisteren heb ik je zoon ontmoet en hij heeft me beleefd gegroet.
Het ligt misschien niet in je aard, maar je zou tenminste een beetje beleefd kunnen zijn.
Het ligt misschien niet in je aard, maar je zou tenminste een beetje beleefd kunnen zijn.