Vertaling van beleefd

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
beleefd, galant, heus, hoffelijk, welgemanierd, wellevend {bn.}
beleefd
galant
heus
hoffelijk
welgemanierd
wellevend {bn.}
beleefd, hoffelijk {bw.}
beleefd
hoffelijk {bw.}
beleefd, heus, wellevend, attent, hoffelijk, voorkomend, bescheiden {bn.}
beleefd
heus
wellevend
attent
hoffelijk
voorkomend
bescheiden {bn.}
ondergaan, beleven, doormaken, doorleven {ww.}
ondergaan
beleven
doormaken
doorleven {ww.}

ik heb beleefd
jij hebt beleefd
hij/zij/het heeft beleefd

ik heb ondergaan
jij hebt ondergaan
hij/zij/het heeft ondergaan
» meer vervoegingen van ondergaan

We gaan veel plezier beleven.
We gaan veel plezier beleven.
Door hetgeen men zelf wil, kan men geen onrecht ondergaan
Door hetgeen men zelf wil, kan men geen onrecht ondergaan
beleven {ww.}
beleven {ww.}

ik heb beleefd
jij hebt beleefd
hij/zij/het heeft beleefd

ik heb beleefd
jij hebt beleefd
hij/zij/het heeft beleefd
» meer vervoegingen van beleven

ervaren, beleven, ondervinden, doormaken {ww.}
ervaren
beleven
ondervinden
doormaken {ww.}

ik heb beleefd
jij hebt beleefd
hij/zij/het heeft beleefd

ik heb ervaren
jij hebt ervaren
hij/zij/het heeft ervaren
» meer vervoegingen van ervaren

Hij is een ervaren drijver.
Hij is een ervaren drijver.
Hij is een ervaren lesgever.
Hij is een ervaren lesgever.
ontmoeten, ervaren, beleven, ondervinden, gewaarworden, gevoelen {ww.}
ontmoeten
ervaren
beleven
ondervinden
gewaarworden
gevoelen {ww.}

ik heb beleefd
jij hebt beleefd
hij/zij/het heeft beleefd

ik heb ontmoet
jij hebt ontmoet
hij/zij/het heeft ontmoet
» meer vervoegingen van ontmoeten

Ik wil Tom graag ontmoeten.
Ik wil Tom graag ontmoeten.
Een persoon genaamd Itoh wil jou ontmoeten.
Een persoon genaamd Itoh wil jou ontmoeten.
beleven, meemaken {ww.}
beleven
meemaken {ww.}

ik heb beleefd
ik had beleefd
ik zal beleefd hebben

ik heb beleefd
ik had beleefd
ik zal beleefd hebben
» meer vervoegingen van beleven



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Wees alsjeblieft beleefd.

Wees alsjeblieft beleefd.

Wees beleefd tegen je ouders.

Wees beleefd tegen je ouders.

Japanners zijn in het algemeen beleefd.

Japanners zijn in het algemeen beleefd.

Het was beleefd van hem om zijn plek aan de oude man te geven.

Het was beleefd van hem om zijn plek aan de oude man te geven.

Gisteren heb ik je zoon ontmoet en hij heeft me beleefd gegroet.

Gisteren heb ik je zoon ontmoet en hij heeft me beleefd gegroet.

Het ligt misschien niet in je aard, maar je zou tenminste een beetje beleefd kunnen zijn.

Het ligt misschien niet in je aard, maar je zou tenminste een beetje beleefd kunnen zijn.