Vertaling van besef
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
bewustzijn , bezinning , besef {zn.}
bewustzijn
bezinning
besef {zn.}
bezinning
besef {zn.}
benul, notie, bewustzijn, besef {zn.}
benul
notie
bewustzijn
besef {zn.}
notie
bewustzijn
besef {zn.}
Ik heb geen flauw benul.
Ik heb geen flauw benul.
verstand, inzicht, benul , besef {zn.}
verstand
inzicht
benul
besef {zn.}
inzicht
benul
besef {zn.}
Zij heeft geen verstand van geld.
Zij heeft geen verstand van geld.
Daar kan ik met mijn verstand niet bij.
Daar kan ik met mijn verstand niet bij.
begrijpen, verstaan, vatten, bevatten, snappen, beseffen {ww.}
begrijpen
verstaan
vatten
bevatten
snappen
beseffen {ww.}
verstaan
vatten
bevatten
snappen
beseffen {ww.}
ik begrijp
jij begrijpt
hij/zij/het begrijpt
ik begrijp
jij begrijpt
hij/zij/het begrijpt
» meer vervoegingen van begrijpen
Niemand kan hem begrijpen.
Niemand kan hem begrijpen.
Ze wilde het begrijpen.
Ze wilde het begrijpen.
zich bewust zijn, zich realiseren, beseffen {ww.}
zich bewust zijn
zich realiseren
beseffen {ww.}
zich realiseren
beseffen {ww.}
ik besef
jij beseft
hij/zij/het beseft
ik besef
jij beseft
hij/zij/het beseft
» meer vervoegingen van beseffen
benul , begrip , verstajem, onderkenning , notie , besef {zn.}
benul
begrip
verstajem
onderkenning
notie
besef {zn.}
begrip
verstajem
onderkenning
notie
besef {zn.}
Honger was voor hem een abstract begrip; hij had altijd genoeg te eten.
Honger was voor hem een abstract begrip; hij had altijd genoeg te eten.
weten, realiseren, inzien, beseffen {ww.}
weten
realiseren
inzien
beseffen {ww.}
realiseren
inzien
beseffen {ww.}
ik besef
jij beseft
hij/zij/het beseft
ik weet
jij weet
hij/zij/het weet
» meer vervoegingen van weten
Hij kon de grap er niet van inzien.
Hij kon de grap er niet van inzien.
Niemand kan alles weten.
Niemand kan alles weten.