Vertaling van bezet

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
bezet, bezig, in gesprek, volhandig {bn.}
bezet
bezig
in gesprek
volhandig {bn.}
bezet, bezig, volhandig {bn.}
bezet
bezig
volhandig {bn.}
bezet, druk {bn.}
bezet
druk {bn.}
bezet {bn.}
bezet {bn.}
bezet {bn.}
bezet {bn.}
bezet {bn.}
bezet {bn.}
bezet {bn.}
bezet {bn.}
in beslag nemen, bezig houden, beslaan, bezetten, bekleden {ww.}
in beslag nemen
bezig houden
beslaan
bezetten
bekleden {ww.}

ik bekleed
jij bekleedt
hij/zij/het bekleedt

ik besla
jij beslaat
hij/zij/het beslaat
» meer vervoegingen van beslaan

geoccupeerd, druk, bezet {bn.}
geoccupeerd
druk
bezet {bn.}
innemen, bezetten {ww.}
innemen
bezetten {ww.}

ik bezet
jij bezet
hij/zij/het bezet

ik neem in
jij neemt in
hij/zij/het neemt in
» meer vervoegingen van innemen

U moet twee- à driemaal daags een tablet innemen met een glas water.
U moet twee- à driemaal daags een tablet innemen met een glas water.
bezetten {ww.}
bezetten {ww.}

ik bezet
jij bezet
hij/zij/het bezet

ik bezet
jij bezet
hij/zij/het bezet
» meer vervoegingen van bezetten

beslaan, bezetten, occuperen {ww.}
beslaan
bezetten
occuperen {ww.}

ik besla
jij beslaat
hij/zij/het beslaat

ik besla
jij beslaat
hij/zij/het beslaat
» meer vervoegingen van beslaan

bezetten {ww.}
bezetten {ww.}

ik bezet
jij bezet
hij/zij/het bezet

ik bezet
jij bezet
hij/zij/het bezet
» meer vervoegingen van bezetten

bezetten {ww.}
bezetten {ww.}

ik bezet
jij bezet
hij/zij/het bezet

ik bezet
jij bezet
hij/zij/het bezet
» meer vervoegingen van bezetten



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Het is bezet.

Het is bezet.

Zijt ge bezet morgennamiddag?

Zijt ge bezet morgennamiddag?

De vergaderzaal is momenteel bezet.

De vergaderzaal is momenteel bezet.

Pardon, is die plaats bezet?

Pardon, is die plaats bezet?

Ik ben bang dat de lijn bezet is.

Ik ben bang dat de lijn bezet is.