Vertaling van bezet
bezig
in gesprek
volhandig {bn.}
bezig
volhandig {bn.}
druk {bn.}
bezig houden
beslaan
bezetten
bekleden {ww.}
ik bekleed
jij bekleedt
hij/zij/het bekleedt
ik besla
jij beslaat
hij/zij/het beslaat
» meer vervoegingen van beslaan
druk
bezet {bn.}
bezetten {ww.}
ik bezet
jij bezet
hij/zij/het bezet
ik neem in
jij neemt in
hij/zij/het neemt in
» meer vervoegingen van innemen
ik bezet
jij bezet
hij/zij/het bezet
ik bezet
jij bezet
hij/zij/het bezet
» meer vervoegingen van bezetten
bezetten
occuperen {ww.}
ik besla
jij beslaat
hij/zij/het beslaat
ik besla
jij beslaat
hij/zij/het beslaat
» meer vervoegingen van beslaan
ik bezet
jij bezet
hij/zij/het bezet
ik bezet
jij bezet
hij/zij/het bezet
» meer vervoegingen van bezetten
ik bezet
jij bezet
hij/zij/het bezet
ik bezet
jij bezet
hij/zij/het bezet
» meer vervoegingen van bezetten
Voorbeelden in zinsverband
Het is bezet.
Het is bezet.
Zijt ge bezet morgennamiddag?
Zijt ge bezet morgennamiddag?
De vergaderzaal is momenteel bezet.
De vergaderzaal is momenteel bezet.
Pardon, is die plaats bezet?
Pardon, is die plaats bezet?
Ik ben bang dat de lijn bezet is.
Ik ben bang dat de lijn bezet is.