Vertaling van boemel

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
boemel [m], stoptrein [m], boemeltrein [m] {zn.}
boemel [m]
stoptrein [m]
boemeltrein [m] {zn.}
boemelen, aan de boemel zijn {ww.}
boemelen
aan de boemel zijn {ww.}

ik boemel
jij boemelt
hij/zij/het boemelt

ik boemel
jij boemelt
hij/zij/het boemelt
» meer vervoegingen van boemelen

zwijnen, uitspatten, slempen, boemelen, brassen, aan de rol zijn {ww.}
zwijnen
uitspatten
slempen
boemelen
brassen
aan de rol zijn {ww.}

ik boemel
jij boemelt
hij/zij/het boemelt

ik zwijn
jij zwijnt
hij/zij/het zwijnt
» meer vervoegingen van zwijnen

stappen, slijpen, wallebakken, sjouwen, slieren, rinkelrooien, pintelieren, pierewaaien, dweilen, boemelen {ww.}
stappen
slijpen
wallebakken
sjouwen
slieren
rinkelrooien
pintelieren
pierewaaien
dweilen
boemelen {ww.}

ik boemel
jij boemelt
hij/zij/het boemelt

ik stap
jij stapt
hij/zij/het stapt
» meer vervoegingen van stappen

Ik ben te moe om nog verder te stappen.
Ik ben te moe om nog verder te stappen.
Zijn stappen waren duidelijk zichtbaar in de sneeuw.
Zijn stappen waren duidelijk zichtbaar in de sneeuw.
boemelen {ww.}
boemelen {ww.}

ik boemel
jij boemelt
hij/zij/het boemelt

ik boemel
jij boemelt
hij/zij/het boemelt
» meer vervoegingen van boemelen