Vertaling van geïsoleerd

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
geïsoleerd {bn.}
geïsoleerd {bn.}
geïsoleerd, teruggetrokken, vereenzaamd, verlaten, verweesd, eenzaam, verloren {bn.}
geïsoleerd
teruggetrokken
vereenzaamd
verlaten
verweesd
eenzaam
verloren {bn.}
afgelegen, apart, geïsoleerd {bn.}
afgelegen
apart
geïsoleerd {bn.}
alleenstaand, geïsoleerd {bn.}
alleenstaand
geïsoleerd {bn.}
isoleren, afzonderen {ww.}
isoleren
afzonderen {ww.}

ik heb afgezonderd
jij hebt afgezonderd
hij/zij/het heeft afgezonderd

ik heb geïsoleerd
jij hebt geïsoleerd
hij/zij/het heeft geïsoleerd
» meer vervoegingen van isoleren

isoleren {ww.}
isoleren {ww.}

ik heb geïsoleerd
jij hebt geïsoleerd
hij/zij/het heeft geïsoleerd

ik heb geïsoleerd
jij hebt geïsoleerd
hij/zij/het heeft geïsoleerd
» meer vervoegingen van isoleren

isoleren {ww.}
isoleren {ww.}

ik heb geïsoleerd
jij hebt geïsoleerd
hij/zij/het heeft geïsoleerd

ik heb geïsoleerd
jij hebt geïsoleerd
hij/zij/het heeft geïsoleerd
» meer vervoegingen van isoleren



Gerelateerd aan geïsoleerd

teruggetrokken - vereenzaamd - verlaten - verweesd - eenzaam - verloren - afgelegen - apart - alleenstaand - isoleren - afzonderenalleen - segregeren - afschermen - omsluieren