Vertaling van geil
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
geil, wellustig, wulps, zinnelijk {bn.}
geil
wellustig
wulps
zinnelijk {bn.}
wellustig
wulps
zinnelijk {bn.}
geil, welig, heet, opgewonden {bn.}
geil
welig
heet
opgewonden {bn.}
welig
heet
opgewonden {bn.}
geil {bn.}
geil {bn.}
kwakje, geil, sperma, zaad {zn.}
kwakje
geil
sperma
zaad {zn.}
geil
sperma
zaad {zn.}
geil, heet, opgewonden {bn.}
geil
heet
opgewonden {bn.}
heet
opgewonden {bn.}
geil {zn.}
geil {zn.}
zaad , teelvocht, geil, stijfsel, sperma {zn.}
zaad
teelvocht
geil
stijfsel
sperma {zn.}
teelvocht
geil
stijfsel
sperma {zn.}
stapel, tuk, verkikkerd, verslingerd, verzot, dol, wild, gek, bezeten, geil {bn.}
stapel
tuk
verkikkerd
verslingerd
verzot
dol
wild
gek
bezeten
geil {bn.}
tuk
verkikkerd
verslingerd
verzot
dol
wild
gek
bezeten
geil {bn.}
geilen {ww.}
geilen {ww.}
ik geil
jij geilt
hij/zij/het geilt
ik geil
jij geilt
hij/zij/het geilt
» meer vervoegingen van geilen
geilen {ww.}
geilen {ww.}
ik geil
jij geilt
hij/zij/het geilt
ik geil
jij geilt
hij/zij/het geilt
» meer vervoegingen van geilen