Vertaling van geur

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
geur [m] {zn.}
geur [m] {zn.}
De geur van lelies vulde de kamer.
De geur van lelies vulde de kamer.
De geur van rozen vulde de kamer.
De geur van rozen vulde de kamer.
geur, aroma [o] {zn.}
geur
aroma [o] {zn.}
Deze bloem geeft een sterke geur af.
Deze bloem geeft een sterke geur af.
De geur van gemaaid gras roept beelden op van hete zomermiddagen.
De geur van gemaaid gras roept beelden op van hete zomermiddagen.
geur [m], parfum, odeur {zn.}
geur [m]
parfum
odeur {zn.}
lucht [v], geur [m], reuk, luchtje [o] {zn.}
lucht [v]
geur [m]
reuk
luchtje [o] {zn.}
De lucht wordt donker.
De lucht wordt donker.
Lucht is onzichtbaar.
Lucht is onzichtbaar.
geuren {ww.}
geuren {ww.}

ik geur
jij geurt
hij/zij/het geurt

ik geur
jij geurt
hij/zij/het geurt
» meer vervoegingen van geuren

Sommige geuren kunnen gemakkelijk jeugdherinneringen laten opduiken.
Sommige geuren kunnen gemakkelijk jeugdherinneringen laten opduiken.
"Wilt u een pak kopen?" vroeg de verkoopster aan Dima, die de geuren van de nacht ervoor met zich meebracht toen hij door de deur liep.
"Wilt u een pak kopen?" vroeg de verkoopster aan Dima, die de geuren van de nacht ervoor met zich meebracht toen hij door de deur liep.
ruiken, geuren, rieken {ww.}
ruiken
geuren
rieken {ww.}

ik geur
jij geurt
hij/zij/het geurt

ik ruik
jij ruikt
hij/zij/het ruikt
» meer vervoegingen van ruiken

Lelies ruiken zoet.
Lelies ruiken zoet.
Zijn kleren ruiken altijd slecht.
Zijn kleren ruiken altijd slecht.
geuren, lekker ruiken {ww.}
geuren
lekker ruiken {ww.}

ik geur
jij geurt
hij/zij/het geurt

ik geur
jij geurt
hij/zij/het geurt
» meer vervoegingen van geuren

lucht [m] (de ~), geur [m] (de ~), reuk [m] (de ~), odeur, geurtje {zn.}
lucht [m] (de ~)
geur [m] (de ~)
reuk [m] (de ~)
odeur
geurtje {zn.}
ruiken, geuren, rieken {ww.}
ruiken
geuren
rieken {ww.}

ik geur
jij geurt
hij/zij/het geurt

ik ruik
jij ruikt
hij/zij/het ruikt
» meer vervoegingen van ruiken

Mooie bloemen ruiken niet noodzakelijk zoet.
Mooie bloemen ruiken niet noodzakelijk zoet.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

De geur van lelies vulde de kamer.

De geur van lelies vulde de kamer.

De geur van rozen vulde de kamer.

De geur van rozen vulde de kamer.

Deze bloem geeft een sterke geur af.

Deze bloem geeft een sterke geur af.

De geur van gemaaid gras roept beelden op van hete zomermiddagen.

De geur van gemaaid gras roept beelden op van hete zomermiddagen.


Gerelateerd aan geur

aroma - parfum - odeur - lucht - reuk - luchtje - geuren - ruiken - rieken - lekker ruiken - geurtjeperceptie - afgeven