Vertaling van glans
pracht
glans
schittering {zn.}
roedehoofd
eikel {zn.}
verglazen
glanzen {ww.}
ik glans
jij glanst
hij/zij/het glanst
ik glazuur
jij glazuurt
hij/zij/het glazuurt
» meer vervoegingen van glazuren
ik glans
jij glanst
hij/zij/het glanst
ik glans
jij glanst
hij/zij/het glanst
» meer vervoegingen van glanzen
glanzen
schijnen
schitteren {ww.}
ik blink
jij blinkt
hij/zij/het blinkt
ik blink
jij blinkt
hij/zij/het blinkt
» meer vervoegingen van blinken
ik glans
jij glanst
hij/zij/het glanst
ik glans
jij glanst
hij/zij/het glanst
» meer vervoegingen van glanzen
glans {zn.}
glitter
majesteit
grootsheid
schittering
pracht
praal
heerlijkheid
grandeur
glans {zn.}
glimmen {ww.}
ik glans
jij glanst
hij/zij/het glanst
ik glans
jij glanst
hij/zij/het glanst
» meer vervoegingen van glanzen
ik glans
jij glanst
hij/zij/het glanst
ik glans
jij glanst
hij/zij/het glanst
» meer vervoegingen van glanzen