Vertaling van glans

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
glans {zn.}
glans {zn.}
glans [m] (de ~) {zn.}
glans [m] (de ~) {zn.}
schijn [m], pracht, glans, schittering [v] {zn.}
schijn [m]
pracht
glans
schittering [v] {zn.}
Schijn bedriegt
Schijn bedriegt
Laat je niet door schijn bedriegen.
Laat je niet door schijn bedriegen.
glans, roedehoofd, eikel [m] (de ~) {zn.}
glans
roedehoofd
eikel [m] (de ~) {zn.}
glazuren, verglazen, glanzen {ww.}
glazuren
verglazen
glanzen {ww.}

ik glans
jij glanst
hij/zij/het glanst

ik glazuur
jij glazuurt
hij/zij/het glazuurt
» meer vervoegingen van glazuren

glanzen {ww.}
glanzen {ww.}

ik glans
jij glanst
hij/zij/het glanst

ik glans
jij glanst
hij/zij/het glanst
» meer vervoegingen van glanzen

blinken, glanzen, schijnen, schitteren {ww.}
blinken
glanzen
schijnen
schitteren {ww.}

ik blink
jij blinkt
hij/zij/het blinkt

ik blink
jij blinkt
hij/zij/het blinkt
» meer vervoegingen van blinken

glanzen {ww.}
glanzen {ww.}

ik glans
jij glanst
hij/zij/het glanst

ik glans
jij glanst
hij/zij/het glanst
» meer vervoegingen van glanzen

afstraling, glans [m] (de ~) {zn.}
afstraling
glans [m] (de ~) {zn.}
luister [m] (de ~), glitter [m] (de ~), majesteit [v] (de ~), grootsheid [v] (de ~), schittering [v] (de ~), pracht [m] (de ~), praal [m] (de ~), heerlijkheid, grandeur [m] (de ~), glans [m] (de ~) {zn.}
luister [m] (de ~)
glitter [m] (de ~)
majesteit [v] (de ~)
grootsheid [v] (de ~)
schittering [v] (de ~)
pracht [m] (de ~)
praal [m] (de ~)
heerlijkheid
grandeur [m] (de ~)
glans [m] (de ~) {zn.}
Luister!
Luister!
Ik luister.
Ik luister.
glanzen, glimmen {ww.}
glanzen
glimmen {ww.}

ik glans
jij glanst
hij/zij/het glanst

ik glans
jij glanst
hij/zij/het glanst
» meer vervoegingen van glanzen

glanzen {ww.}
glanzen {ww.}

ik glans
jij glanst
hij/zij/het glanst

ik glans
jij glanst
hij/zij/het glanst
» meer vervoegingen van glanzen