Vertaling van grenzen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
grenzen, begrenzen {ww.}
grenzen
begrenzen {ww.}

ik begrens
jij begrenst
hij/zij/het begrenst

ik begrens
jij begrenst
hij/zij/het begrenst
» meer vervoegingen van begrenzen

Liefde kent geen grenzen.
Liefde kent geen grenzen.
De Verenigde Staten grenzen aan Canada.
De Verenigde Staten grenzen aan Canada.
grenzen, palen {ww.}
grenzen
palen {ww.}

hij/zij/het grenst
zij grenzen
ik paal

hij/zij/het paalt
zij palen
ik paal
» meer vervoegingen van palen

De waarheid ligt in het midden van een heelal waarvan niemand de grenzen kent.
De waarheid ligt in het midden van een heelal waarvan niemand de grenzen kent.
Er is maat in de dingen, er zijn tenslotte zekere grenzen
Er is maat in de dingen, er zijn tenslotte zekere grenzen
grenzen, benaderen {ww.}
grenzen
benaderen {ww.}

ik benader
jij benadert
hij/zij/het benadert

ik benader
jij benadert
hij/zij/het benadert
» meer vervoegingen van benaderen

grens (mv. grenzen) [v], perk [o] {zn.}
grens (mv. grenzen) [v]
perk [o] {zn.}
De grens is dicht.
De grens is dicht.
Doorzwemmen tot je aan je grens zit.
Doorzwemmen tot je aan je grens zit.
grens [m] (de ~), grenslinie, grenslijn {zn.}
grens [m] (de ~)
grenslinie
grenslijn {zn.}
We wonen in de buurt van de grens.
We wonen in de buurt van de grens.
grens [m] (de ~), limiet [m] (de ~), kaap [m] (de ~) {zn.}
grens [m] (de ~)
limiet [m] (de ~)
kaap [m] (de ~) {zn.}
Wat is de cash-limiet voor deze kaart?
Wat is de cash-limiet voor deze kaart?
grens [m] (de ~), lijnrechter [m] (de ~), linesman, grensrechter [m] (de ~) {zn.}
grens [m] (de ~)
lijnrechter [m] (de ~)
linesman
grensrechter [m] (de ~) {zn.}


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Liefde kent geen grenzen.

Liefde kent geen grenzen.

De Verenigde Staten grenzen aan Canada.

De Verenigde Staten grenzen aan Canada.

De waarheid ligt in het midden van een heelal waarvan niemand de grenzen kent.

De waarheid ligt in het midden van een heelal waarvan niemand de grenzen kent.

Er is maat in de dingen, er zijn tenslotte zekere grenzen

Er is maat in de dingen, er zijn tenslotte zekere grenzen


Gerelateerd aan grenzen

begrenzen - palen - benaderen - grens - perk - grenslinie - grenslijn - limiet - kaap - lijnrechter - linesman - grensrechteraanliggen - genaken - lijn - maat - assistent