Vertaling van knijper

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
schaar [v], knijptang, knijper {zn.}
schaar [v]
knijptang
knijper {zn.}
krent [m] (de ~), potschraper, potschrap(p)er, pin, pezewever, kruimelaar, erwtenteller, vrek [m] (de ~), krentenweger [m] (de ~), knibbelaar [m] (de ~), knijper, knakenpoetser, geldwolf [m] (de ~), geldduivel, potter, kribbebijter, schraper [m] (de ~), kribbenbijter, krentenkakker [m] (de ~), gierigaard [m] (de ~) {zn.}
krent [m] (de ~)
potschraper
potschrap(p)er
pin
pezewever
kruimelaar
erwtenteller
vrek [m] (de ~)
krentenweger [m] (de ~)
knibbelaar [m] (de ~)
knijper
knakenpoetser
geldwolf [m] (de ~)
geldduivel
potter
kribbebijter
schraper [m] (de ~)
kribbenbijter
krentenkakker [m] (de ~)
gierigaard [m] (de ~) {zn.}
Moet dit een krentenbol zijn? Je moet haast fietsen van de ene krent naar de andere, zo weinig zitten er in.
Moet dit een krentenbol zijn? Je moet haast fietsen van de ene krent naar de andere, zo weinig zitten er in.
pen [m] (de ~), wasspeld [m] (de ~), knijper [m] (de ~), pin, wasknijper [m] (de ~) {zn.}
pen [m] (de ~)
wasspeld [m] (de ~)
knijper [m] (de ~)
pin
wasknijper [m] (de ~) {zn.}
Heb je geen pen?
Heb je geen pen?
Ik moet mijn pen zoeken.
Ik moet mijn pen zoeken.
hand [m] (de ~), poten, fik [m] (de ~), poot [m] (de ~), tengel, vlerken, knijper, kluif, klavieren, klavier, klauwen, klauw [m] (de ~), tengels [m] (de ~), jat, fikken [m] (de ~) {zn.}
hand [m] (de ~)
poten
fik [m] (de ~)
poot [m] (de ~)
tengel
vlerken
knijper
kluif
klavieren
klavier
klauwen
klauw [m] (de ~)
tengels [m] (de ~)
jat
fikken [m] (de ~) {zn.}
Hij stak zijn eigen huis in de fik.
Hij stak zijn eigen huis in de fik.
Een tafel heeft vier poten.
Een tafel heeft vier poten.