Vertaling van kout
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
ploegkouter, kout {zn.}
ploegkouter
kout {zn.}
kout {zn.}
schaar , ploegschaar, kout {zn.}
schaar
ploegschaar
kout {zn.}
ploegschaar
kout {zn.}
gepraat, kout, gekeuvel , gebabbel {zn.}
gepraat
kout
gekeuvel
gebabbel {zn.}
kout
gekeuvel
gebabbel {zn.}
Zijn lang gepraat verveelde mij.
Zijn lang gepraat verveelde mij.
Ik ken hem van gezicht maar ik heb nog nooit echt met hem gepraat.
Ik ken hem van gezicht maar ik heb nog nooit echt met hem gepraat.
babbeltje , kout , babbel , praatje {zn.}
babbeltje
kout
babbel
praatje {zn.}
kout
babbel
praatje {zn.}
babbelen, kleppen, tateren, parlevinken, snappen, snateren, rellen, kakelen, kwetteren, kwekkebekken, kwebbelen, kouten, kletsmeieren, klessebessen, keuvelen, kwekken, kletsen, ratelen {ww.}
babbelen
kleppen
tateren
parlevinken
snappen
snateren
rellen
kakelen
kwetteren
kwekkebekken
kwebbelen
kouten
kletsmeieren
klessebessen
keuvelen
kwekken
kletsen
ratelen {ww.}
kleppen
tateren
parlevinken
snappen
snateren
rellen
kakelen
kwetteren
kwekkebekken
kwebbelen
kouten
kletsmeieren
klessebessen
keuvelen
kwekken
kletsen
ratelen {ww.}
ik babbel
jij babbelt
hij/zij/het babbelt
ik babbel
jij babbelt
hij/zij/het babbelt
» meer vervoegingen van babbelen
Laat ons babbelen.
Laat ons babbelen.