Vertaling van gepraat
kout
gekeuvel
gebabbel {zn.}
klap {zn.}
babbelen
keuvelen {ww.}
ik heb gebabbeld
ik had gebabbeld
ik zal gebabbeld hebben
ik heb gepraat
ik had gepraat
ik zal gepraat hebben
» meer vervoegingen van praten
praten {ww.}
ik heb gepraat
ik had gepraat
ik zal gepraat hebben
ik heb gesproken
ik had gesproken
ik zal gesproken hebben
» meer vervoegingen van spreken
spreken
praten
converseren {ww.}
ik heb geconverseerd
jij hebt geconverseerd
hij/zij/het heeft geconverseerd
ik heb gehad
jij hebt gehad
hij/zij/het heeft gehad
» meer vervoegingen van hebben
klappen {ww.}
ik heb geklapt
jij hebt geklapt
hij/zij/het heeft geklapt
ik heb gepraat
jij hebt gepraat
hij/zij/het heeft gepraat
» meer vervoegingen van praten
ik heb gepraat
ik had gepraat
ik zal gepraat hebben
ik heb gepraat
ik had gepraat
ik zal gepraat hebben
» meer vervoegingen van praten
Voorbeelden in zinsverband
Zijn lang gepraat verveelde mij.
Zijn lang gepraat verveelde mij.
Ik ken hem van gezicht maar ik heb nog nooit echt met hem gepraat.
Ik ken hem van gezicht maar ik heb nog nooit echt met hem gepraat.