Vertaling van snateren
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
snateren {ww.}
snateren {ww.}
ik snater
jij snatert
hij/zij/het snatert
ik snater
jij snatert
hij/zij/het snatert
» meer vervoegingen van snateren
bomen, snateren, ratelen {ww.}
bomen
snateren
ratelen {ww.}
snateren
ratelen {ww.}
ik boom
jij boomt
hij/zij/het boomt
ik boom
jij boomt
hij/zij/het boomt
» meer vervoegingen van bomen
Apen klimmen in bomen.
Apen klimmen in bomen.
De bomen zijn groen.
De bomen zijn groen.
snateren {ww.}
snateren {ww.}
ik snater
jij snatert
hij/zij/het snatert
ik snater
jij snatert
hij/zij/het snatert
» meer vervoegingen van snateren
wauwelen, zemelen, snateren, ouwehoeren, meieren, lullen, kletsen {ww.}
wauwelen
zemelen
snateren
ouwehoeren
meieren
lullen
kletsen {ww.}
zemelen
snateren
ouwehoeren
meieren
lullen
kletsen {ww.}
ik klets
jij kletst
hij/zij/het kletst
ik wauwel
jij wauwelt
hij/zij/het wauwelt
» meer vervoegingen van wauwelen
babbelen, kleppen, tateren, parlevinken, snappen, snateren, rellen, kakelen, kwetteren, kwekkebekken, kwebbelen, kouten, kletsmeieren, klessebessen, keuvelen, kwekken, kletsen, ratelen {ww.}
babbelen
kleppen
tateren
parlevinken
snappen
snateren
rellen
kakelen
kwetteren
kwekkebekken
kwebbelen
kouten
kletsmeieren
klessebessen
keuvelen
kwekken
kletsen
ratelen {ww.}
kleppen
tateren
parlevinken
snappen
snateren
rellen
kakelen
kwetteren
kwekkebekken
kwebbelen
kouten
kletsmeieren
klessebessen
keuvelen
kwekken
kletsen
ratelen {ww.}
ik babbel
jij babbelt
hij/zij/het babbelt
ik babbel
jij babbelt
hij/zij/het babbelt
» meer vervoegingen van babbelen
Laat ons babbelen.
Laat ons babbelen.