Vertaling van ratelen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
ratelen, ratelen {ww.}
ratelen
ratelen {ww.}
ratelen {ww.}
ik ratel
jij ratelt
hij/zij/het ratelt
ik ratel
jij ratelt
hij/zij/het ratelt
» meer vervoegingen van ratelen
bomen, snateren, ratelen {ww.}
bomen
snateren
ratelen {ww.}
snateren
ratelen {ww.}
ik boom
jij boomt
hij/zij/het boomt
ik boom
jij boomt
hij/zij/het boomt
» meer vervoegingen van bomen
Apen klimmen in bomen.
Apen klimmen in bomen.
De bomen zijn groen.
De bomen zijn groen.
ratelen, aflopen {ww.}
ratelen
aflopen {ww.}
aflopen {ww.}
ik loop af
jij loopt af
hij/zij/het loopt af
ik ratel
jij ratelt
hij/zij/het ratelt
» meer vervoegingen van ratelen
babbelen, kleppen, tateren, parlevinken, snappen, snateren, rellen, kakelen, kwetteren, kwekkebekken, kwebbelen, kouten, kletsmeieren, klessebessen, keuvelen, kwekken, kletsen, ratelen {ww.}
babbelen
kleppen
tateren
parlevinken
snappen
snateren
rellen
kakelen
kwetteren
kwekkebekken
kwebbelen
kouten
kletsmeieren
klessebessen
keuvelen
kwekken
kletsen
ratelen {ww.}
kleppen
tateren
parlevinken
snappen
snateren
rellen
kakelen
kwetteren
kwekkebekken
kwebbelen
kouten
kletsmeieren
klessebessen
keuvelen
kwekken
kletsen
ratelen {ww.}
ik babbel
jij babbelt
hij/zij/het babbelt
ik babbel
jij babbelt
hij/zij/het babbelt
» meer vervoegingen van babbelen
Laat ons babbelen.
Laat ons babbelen.