Vertaling van lawaai

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
leven, lawaai, herrie [v], kabaal, rumoer, ophef {zn.}
leven
lawaai
herrie [v]
kabaal
rumoer
ophef {zn.}
Hij klaagde over de herrie.
Hij klaagde over de herrie.
Maak geen lawaai.
Maak geen lawaai.
leven [o] (het ~), lawaai [o] (het ~), herrie [m] (de ~), kabaal [o] (het ~) {zn.}
leven [o] (het ~)
lawaai [o] (het ~)
herrie [m] (de ~)
kabaal [o] (het ~) {zn.}
Maak alstublieft niet veel lawaai.
Maak alstublieft niet veel lawaai.
Leven en laten leven.
Leven en laten leven.
lawaaien, rumoeren {ww.}
lawaaien
rumoeren {ww.}

ik lawaai
jij lawaait
hij/zij/het lawaait

ik lawaai
jij lawaait
hij/zij/het lawaait
» meer vervoegingen van lawaaien



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Maak geen lawaai.

Maak geen lawaai.

Maak alstublieft niet veel lawaai.

Maak alstublieft niet veel lawaai.

Ik hoor niks door het lawaai.

Ik hoor niks door het lawaai.

Het lawaai was snel onder controle.

Het lawaai was snel onder controle.

Het lawaai wordt steeds harder en harder.

Het lawaai wordt steeds harder en harder.

We kunnen niet slapen vanwege het lawaai.

We kunnen niet slapen vanwege het lawaai.

Ik kan niet slapen met al dit lawaai.

Ik kan niet slapen met al dit lawaai.


Gerelateerd aan lawaai

leven - herrie - kabaal - rumoer - ophef - lawaaien - rumoerengeluid - doen