Vertaling van rumoer

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
leven, lawaai, herrie [v], kabaal, rumoer, ophef {zn.}
leven
lawaai
herrie [v]
kabaal
rumoer
ophef {zn.}
Hij klaagde over de herrie.
Hij klaagde over de herrie.
Maak geen lawaai.
Maak geen lawaai.
leven maken, lawaai maken, te keer gaan, rumoeren, rommelen, denderen, aangaan {ww.}
leven maken
lawaai maken
te keer gaan
rumoeren
rommelen
denderen
aangaan {ww.}

ik ga aan
jij gaat aan
hij/zij/het gaat aan

ik rumoer
jij rumoert
hij/zij/het rumoert
» meer vervoegingen van rumoeren

geweld [o] (het ~), rumoer [o] (het ~), tumult [o] (het ~), rumoerigheid, gedruis [o] (het ~) {zn.}
geweld [o] (het ~)
rumoer [o] (het ~)
tumult [o] (het ~)
rumoerigheid
gedruis [o] (het ~) {zn.}
We houden niet van geweld.
We houden niet van geweld.
We houden niet van geweld.
We houden niet van geweld.
lawaaien, rumoeren {ww.}
lawaaien
rumoeren {ww.}

ik lawaai
jij lawaait
hij/zij/het lawaait

ik lawaai
jij lawaait
hij/zij/het lawaait
» meer vervoegingen van lawaaien



Gerelateerd aan rumoer

leven - lawaai - herrie - kabaal - ophef - leven maken - lawaai maken - te keer gaan - rumoeren - rommelen - denderen - aangaan - geweld - tumult - rumoerigheidlawaai - doen