Vertaling van lok

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
haarlok, haarkrul, lok, krul {zn.}
haarlok
haarkrul
lok
krul {zn.}
lokken {ww.}
lokken {ww.}

ik lok
jij lokt
hij/zij/het lokt

ik lok
jij lokt
hij/zij/het lokt
» meer vervoegingen van lokken

tres [m] (de ~), haarlok, lok [m] (de ~) {zn.}
tres [m] (de ~)
haarlok
lok [m] (de ~) {zn.}
trekken, aantrekken, lokken, bekoren, aanlokken {ww.}
trekken
aantrekken
lokken
bekoren
aanlokken {ww.}

ik lok aan
jij lokt aan
hij/zij/het lokt aan

ik trek
jij trekt
hij/zij/het trekt
» meer vervoegingen van trekken

Zwaartekracht is een natuurkracht, waardoor dingen elkaar aantrekken.
Zwaartekracht is een natuurkracht, waardoor dingen elkaar aantrekken.
Wat zal ik aantrekken: een broek of een rok?
Wat zal ik aantrekken: een broek of een rok?
lokken, tronen {ww.}
lokken
tronen {ww.}

ik lok
jij lokt
hij/zij/het lokt

ik lok
jij lokt
hij/zij/het lokt
» meer vervoegingen van lokken



Gerelateerd aan lok

haarlok - haarkrul - krul - lokken - tres - trekken - aantrekken - bekoren - aanlokken - tronenbeetje - doorwerken - bewerken