Vertaling van managen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
besturen, beheren, toedienen, administreren, managen, bestieren {ww.}
besturen
beheren
toedienen
administreren
managen
bestieren {ww.}
beheren
toedienen
administreren
managen
bestieren {ww.}
ik administreer
jij administreert
hij/zij/het administreert
ik bestuur
jij bestuurt
hij/zij/het bestuurt
» meer vervoegingen van besturen
Heeft uw oom u zijn auto laten besturen?
Heeft uw oom u zijn auto laten besturen?
Ge kunt niet te oplettend zijn bij het besturen van een auto.
Ge kunt niet te oplettend zijn bij het besturen van een auto.
lappen, managen, rooien, koersen, klaren, fiksen, bolwerken, klaarspelen {ww.}
lappen
managen
rooien
koersen
klaren
fiksen
bolwerken
klaarspelen {ww.}
managen
rooien
koersen
klaren
fiksen
bolwerken
klaarspelen {ww.}
ik bolwerk
jij bolwerkt
hij/zij/het bolwerkt
ik lap
jij lapt
hij/zij/het lapt
» meer vervoegingen van lappen