Vertaling van minderen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
verkleinen, minderen {ww.}
verkleinen
minderen {ww.}

ik minder
jij mindert
hij/zij/het mindert

ik verklein
jij verkleint
hij/zij/het verkleint
» meer vervoegingen van verkleinen

kleiner worden, minderen, minder worden, afnemen {ww.}
kleiner worden
minderen
minder worden
afnemen {ww.}

ik neem af
jij neemt af
hij/zij/het neemt af

ik minder
jij mindert
hij/zij/het mindert
» meer vervoegingen van minderen

Door een lied zullen de duistere zorgen kleiner worden gemaakt
Door een lied zullen de duistere zorgen kleiner worden gemaakt
minderen {ww.}
minderen {ww.}

ik minder
jij mindert
hij/zij/het mindert

ik minder
jij mindert
hij/zij/het mindert
» meer vervoegingen van minderen

mindere (mv. minderen) {zn.}
mindere (mv. minderen) {zn.}
mindere (mv. minderen), ondergeschikte {zn.}
mindere (mv. minderen)
ondergeschikte {zn.}
verminderen, minderen, slabakken, afnemen, teruglopen, achteruitlopen {ww.}
verminderen
minderen
slabakken
afnemen
teruglopen
achteruitlopen {ww.}

ik loop achteruit
jij loopt achteruit
hij/zij/het loopt achteruit

ik verminder
jij vermindert
hij/zij/het vermindert
» meer vervoegingen van verminderen

De straf kan verminderen, de schuld zal eeuwig zijn
De straf kan verminderen, de schuld zal eeuwig zijn
terugbrengen, verminderen, minderen, verkleinen, reduceren {ww.}
terugbrengen
verminderen
minderen
verkleinen
reduceren {ww.}

ik minder
jij mindert
hij/zij/het mindert

ik breng terug
jij brengt terug
hij/zij/het brengt terug
» meer vervoegingen van terugbrengen

Ik moet de boeken voor zaterdag terugbrengen.
Ik moet de boeken voor zaterdag terugbrengen.
Ik moet dit boek vandaag terugbrengen.
Ik moet dit boek vandaag terugbrengen.
mindere [m] (de ~), onderhorige, ondergeschikte [m] (de ~) {zn.}
mindere [m] (de ~)
onderhorige
ondergeschikte [m] (de ~) {zn.}
mindere (mv. minderen) {zn.}
mindere (mv. minderen) {zn.}