Vertaling van open
vacant {bn.}
onverbloemd
open
rondborstig {bn.}
onbelemmerd
onbezet
open
vlot
vrij
vrijgesteld {bn.}
ongedekt
open {bn.}
onbezet
open
vrij {bn.}
open {bn.}
ik open
jij opent
hij/zij/het opent
ik open
jij opent
hij/zij/het opent
» meer vervoegingen van openen
openmaken
opendoen {ww.}
ik doe open
jij doet open
hij/zij/het doet open
ik open
jij opent
hij/zij/het opent
» meer vervoegingen van openen
ik open
jij opent
hij/zij/het opent
ik open
jij opent
hij/zij/het opent
» meer vervoegingen van openen
starten
opvatten
opstarten {ww.}
ik open
jij opent
hij/zij/het opent
ik open
jij opent
hij/zij/het opent
» meer vervoegingen van openen
ontsluiten
opengaan {ww.}
ik ontsluit
jij ontsluit
hij/zij/het ontsluit
ik open
jij opent
hij/zij/het opent
» meer vervoegingen van openen
openmaken
opendoen
openzetten
ontsluiten
ontgrendelen {ww.}
ik ontgrendel
jij ontgrendelt
hij/zij/het ontgrendelt
ik open
jij opent
hij/zij/het opent
» meer vervoegingen van openen
Voorbeelden in zinsverband
Het raam is open.
Het raam is open.
De boekenwinkel is open.
De boekenwinkel is open.
Doe je mond open.
Doe je mond open.
Doe je ogen open.
Doe je ogen open.
Sesam, open u!
Sesam, open u!
Open je hart.
Open je hart.
De supermarkt is open.
De supermarkt is open.
Hou de deur open.
Hou de deur open.
Open de fles alsjeblieft.
Open de fles alsjeblieft.
Is de bank open?
Is de bank open?
Ze deed haar ogen open.
Ze deed haar ogen open.
Hij doet het raam open.
Hij doet het raam open.
Doe de deur open alstublieft.
Doe de deur open alstublieft.
Geld maakt alle deuren open.
Geld maakt alle deuren open.
Zij doet het raam open.
Zij doet het raam open.