Vertaling van opruimen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
opruimen {ww.}
opruimen {ww.}

ik zal opruimen
ik zou opruimen
jij zult opruimen

ik zal opruimen
ik zou opruimen
jij zult opruimen
» meer vervoegingen van opruimen

Je moet je kamer opruimen.
Je moet je kamer opruimen.
opruimen, uitverkopen {ww.}
opruimen
uitverkopen {ww.}

ik zal opruimen
ik zou opruimen
jij zult opruimen

ik zal opruimen
ik zou opruimen
jij zult opruimen
» meer vervoegingen van opruimen

ruimen, regelen, opruimen, terechtbrengen, schikken, inrichten {ww.}
ruimen
regelen
opruimen
terechtbrengen
schikken
inrichten {ww.}

ik zal inrichten
ik zou inrichten
jij zult inrichten

ik zal ruimen
ik zou ruimen
jij zult ruimen
» meer vervoegingen van ruimen

Ze beloofde me dat ze mijn kamer op zou ruimen.
Ze beloofde me dat ze mijn kamer op zou ruimen.
laat ons de kwestie zonder een derde partij regelen.
laat ons de kwestie zonder een derde partij regelen.
opruimen, wegruimen {ww.}
opruimen
wegruimen {ww.}

ik zal opruimen
ik zou opruimen
jij zult opruimen

ik zal opruimen
ik zou opruimen
jij zult opruimen
» meer vervoegingen van opruimen

opruimen {ww.}
opruimen {ww.}

ik zal opruimen
ik zou opruimen
jij zult opruimen

ik zal opruimen
ik zou opruimen
jij zult opruimen
» meer vervoegingen van opruimen

ruimen, opruimen {ww.}
ruimen
opruimen {ww.}

ik zal opruimen
ik zou opruimen
jij zult opruimen

ik zal ruimen
ik zou ruimen
jij zult ruimen
» meer vervoegingen van ruimen

Ik ben drie dagen bezig geweest om de kamer op te ruimen.
Ik ben drie dagen bezig geweest om de kamer op te ruimen.


Gerelateerd aan opruimen

uitverkopen - ruimen - regelen - terechtbrengen - schikken - inrichten - wegruimenverkopen - ordenen - veranderen - wegdoen