Vertaling van ruimen
regelen
opruimen
terechtbrengen
schikken
inrichten {ww.}
ik richt in
jij richt in
hij/zij/het richt in
ik ruim
jij ruimt
hij/zij/het ruimt
» meer vervoegingen van ruimen
lichten
lenzen
uithalen
legen
ledigen {ww.}
ik ledig
jij ledigt
hij/zij/het ledigt
ik ruim
jij ruimt
hij/zij/het ruimt
» meer vervoegingen van ruimen
ik ruim
jij ruimt
hij/zij/het ruimt
ik ruim
jij ruimt
hij/zij/het ruimt
» meer vervoegingen van ruimen
leegruimen {ww.}
ik ruim leeg
jij ruimt leeg
hij/zij/het ruimt leeg
ik ruim
jij ruimt
hij/zij/het ruimt
» meer vervoegingen van ruimen
opruimen {ww.}
ik ruim op
jij ruimt op
hij/zij/het ruimt op
ik ruim
jij ruimt
hij/zij/het ruimt
» meer vervoegingen van ruimen
groot
royaal
ruim (mv. ruimen)
uitgebreid
uitgestrekt
wijd {bn.}
meer dan
over
ruim (mv. ruimen)
schip
ruim (mv. ruimen) {zn.}
welvoorzien {bn.}
scheepsruim {zn.}
ruimen {ww.}
ik ruim
jij ruimt
hij/zij/het ruimt
ik verlaat
jij verlaat
hij/zij/het verlaat
» meer vervoegingen van verlaten
ruimte
heelal
ruim (mv. ruimen)
universum
schepping
wereldruimte
wereldruim
kosmos
luchtruim {zn.}
breeddenkend
liberaal
onbekrompen
ruim (mv. ruimen)
breed
verlicht {bn.}
hol {zn.}
ruim (mv. ruimen) {bn.}
Voorbeelden in zinsverband
Ze beloofde me dat ze mijn kamer op zou ruimen.
Ze beloofde me dat ze mijn kamer op zou ruimen.
Ik ben drie dagen bezig geweest om de kamer op te ruimen.
Ik ben drie dagen bezig geweest om de kamer op te ruimen.