Vertaling van ruim

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
ruim, welvoorzien {bn.}
ruim
welvoorzien {bn.}
ruim {bw.}
ruim {bw.}
ruim [o], scheepsruim [o] {zn.}
ruim [o]
scheepsruim [o] {zn.}
Ruim a.u.b. dat vaatwerk daar op.
Ruim a.u.b. dat vaatwerk daar op.
Als je er een boeltje van maakt, ruim het op.
Als je er een boeltje van maakt, ruim het op.
ruim {bn.}
ruim {bn.}
boven, meer dan, over, ruim
boven
meer dan
over
ruim
schip [o], ruim, beuk [m] {zn.}
schip [o]
ruim
beuk [m] {zn.}
Schip ahoi!
Schip ahoi!
Het schip zinkt!
Het schip zinkt!
breedvoerig, groot, royaal, ruim, uitgebreid, uitgestrekt, wijd {bn.}
breedvoerig
groot
royaal
ruim
uitgebreid
uitgestrekt
wijd {bn.}
ruimen {ww.}
ruimen {ww.}

ik ruim
jij ruimt
hij/zij/het ruimt

ik ruim
jij ruimt
hij/zij/het ruimt
» meer vervoegingen van ruimen

Ze beloofde me dat ze mijn kamer op zou ruimen.
Ze beloofde me dat ze mijn kamer op zou ruimen.
Ik ben drie dagen bezig geweest om de kamer op te ruimen.
Ik ben drie dagen bezig geweest om de kamer op te ruimen.
ruimen, regelen, opruimen, terechtbrengen, schikken, inrichten {ww.}
ruimen
regelen
opruimen
terechtbrengen
schikken
inrichten {ww.}

ik richt in
jij richt in
hij/zij/het richt in

ik ruim
jij ruimt
hij/zij/het ruimt
» meer vervoegingen van ruimen

Je moet je kamer opruimen.
Je moet je kamer opruimen.
laat ons de kwestie zonder een derde partij regelen.
laat ons de kwestie zonder een derde partij regelen.
ruimen, lichten, lenzen, uithalen, legen, ledigen {ww.}
ruimen
lichten
lenzen
uithalen
legen
ledigen {ww.}

ik ledig
jij ledigt
hij/zij/het ledigt

ik ruim
jij ruimt
hij/zij/het ruimt
» meer vervoegingen van ruimen

We hebben ook lenzen in ons assortiment.
We hebben ook lenzen in ons assortiment.
Plots gingen de lichten uit.
Plots gingen de lichten uit.
ruimen {ww.}
ruimen {ww.}

ik ruim
jij ruimt
hij/zij/het ruimt

ik ruim
jij ruimt
hij/zij/het ruimt
» meer vervoegingen van ruimen

verlaten, ruimen {ww.}
verlaten
ruimen {ww.}

ik ruim
jij ruimt
hij/zij/het ruimt

ik verlaat
jij verlaat
hij/zij/het verlaat
» meer vervoegingen van verlaten

Ik moet je verlaten.
Ik moet je verlaten.
Ik zal u nooit verlaten.
Ik zal u nooit verlaten.
ruimen, leegruimen {ww.}
ruimen
leegruimen {ww.}

ik ruim leeg
jij ruimt leeg
hij/zij/het ruimt leeg

ik ruim
jij ruimt
hij/zij/het ruimt
» meer vervoegingen van ruimen

opruimen, ruimen {ww.}
opruimen
ruimen {ww.}

ik ruim op
jij ruimt op
hij/zij/het ruimt op

ik ruim op
jij ruimt op
hij/zij/het ruimt op
» meer vervoegingen van opruimen



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Ruim a.u.b. dat vaatwerk daar op.

Ruim a.u.b. dat vaatwerk daar op.

Als je er een boeltje van maakt, ruim het op.

Als je er een boeltje van maakt, ruim het op.

De laatste keer dat ik heb gerookt was ruim een jaar geleden.

De laatste keer dat ik heb gerookt was ruim een jaar geleden.

Ruim drieduizend mensen hebben hun handtekening gezet om de sloop van dit historische pand tegen te houden.

Ruim drieduizend mensen hebben hun handtekening gezet om de sloop van dit historische pand tegen te houden.


Gerelateerd aan ruim

welvoorzien - scheepsruim - boven - meer dan - over - schip - beuk - breedvoerig - groot - royaal - uitgebreid - uitgestrekt - wijd - ruimen - regelendraaien - afnokken - leegmaken - wegdoen