Vertaling van ruim
welvoorzien {bn.}
scheepsruim {zn.}
meer dan
over
ruim
ruim
beuk {zn.}
groot
royaal
ruim
uitgebreid
uitgestrekt
wijd {bn.}
ik ruim
jij ruimt
hij/zij/het ruimt
ik ruim
jij ruimt
hij/zij/het ruimt
» meer vervoegingen van ruimen
regelen
opruimen
terechtbrengen
schikken
inrichten {ww.}
ik richt in
jij richt in
hij/zij/het richt in
ik ruim
jij ruimt
hij/zij/het ruimt
» meer vervoegingen van ruimen
lichten
lenzen
uithalen
legen
ledigen {ww.}
ik ledig
jij ledigt
hij/zij/het ledigt
ik ruim
jij ruimt
hij/zij/het ruimt
» meer vervoegingen van ruimen
ik ruim
jij ruimt
hij/zij/het ruimt
ik ruim
jij ruimt
hij/zij/het ruimt
» meer vervoegingen van ruimen
ruimen {ww.}
ik ruim
jij ruimt
hij/zij/het ruimt
ik verlaat
jij verlaat
hij/zij/het verlaat
» meer vervoegingen van verlaten
leegruimen {ww.}
ik ruim leeg
jij ruimt leeg
hij/zij/het ruimt leeg
ik ruim
jij ruimt
hij/zij/het ruimt
» meer vervoegingen van ruimen
ruimen {ww.}
ik ruim op
jij ruimt op
hij/zij/het ruimt op
ik ruim op
jij ruimt op
hij/zij/het ruimt op
» meer vervoegingen van opruimen
Voorbeelden in zinsverband
Ruim a.u.b. dat vaatwerk daar op.
Ruim a.u.b. dat vaatwerk daar op.
Als je er een boeltje van maakt, ruim het op.
Als je er een boeltje van maakt, ruim het op.
De laatste keer dat ik heb gerookt was ruim een jaar geleden.
De laatste keer dat ik heb gerookt was ruim een jaar geleden.
Ruim drieduizend mensen hebben hun handtekening gezet om de sloop van dit historische pand tegen te houden.
Ruim drieduizend mensen hebben hun handtekening gezet om de sloop van dit historische pand tegen te houden.